donderdag, april 24, 2008
Internationale Bewustwordingsdag PAS-syndroom bij kinderen.
Parental Alienation Awareness Day - April 25th, 2008
Planning an event for PAAD?
If you're planning an event on April 25th to help raise awareness and education about Parental Alienation and the harmful effects of these behaviors on children, please emails us at events@paawareness.org with your event name, location (including country), and contact info (if you want others to join).
Don't forget to send us any photos or event followup after your event.
Thank you to all of you who support PAAO and PAAD!
Together we can make a difference.
EUROPE
We intend to walk through Belgium, Germany and France, reaching Strasburg, for what will literally be a crusade, and will last several weeks.
We shall leave Brussels on the 25th of April, Parental Alienation Awareness Day. We shall arrive in front of the EP building, in Strasburg, on the 21st of May, a few days before the Missing Chidren Day.
We shall go from one town to the next, partly on foot, partly by public transports. We shall stop by in quite a few major cities, in order to collect a maximum of signatures for the petition that we are advertising through this crusade.
We are asking each association, each person feeling involved in this problematic to get as many names and signatures as possible for the petition and to bring them to Strasburg. You are quite welcome to walk with us for the last few kilometres and give the filled petitions to the EP.
Please send the petition, original or copies, depending on the fact you will come along or not to Strasburg, before the 15th of May 2008, to:
Marie Breda
Rue du Duc 10/12
4860 Pepinster
Belgium
bruxelles-strasbourg@live.be
Click here to download the full information.
Further, we would be delighted to get the ethical support of companies, associations and personalities. We shall propose them to support our cause through the use of their logo, or their name, on our documents.
woensdag, april 16, 2008
Sociale woningmarkt is een compleet schandaal
http://www.amersfoort.nl/smartsite.shtml?id=1
gescheiden vaders met kinderen kunnen achteraan sluiten met alle ellende van dien
Zie :: Vaderkenniscentrum - VKC: nr. 80.
http://vaderkenniscentrum.blogspot.com/2008/04/80.html
70603
Gemeente Amersfoort.
-----------------------------------
22 februari 2007 Beide ouders komen in het geval van een echtscheiding vanaf april in aanmerking voor een urgentieverklaring voor een woning. Dit is een belangrijke wijziging in de Huisvestingsverordening.
De Huisvestingsverordening is vorige week door de gemeenteraad vastgesteld en treedt op 4 april in werking.
Urgentie bij scheiding
Nu is het zo dat de gescheiden ouder die voor het merendeel van de tijd voor de kinderen zorgt, een urgentieverklaring kan krijgen. Met zo’n verklaring krijg je voorrang op de toewijzing van een woning. Vanaf april hebben beide ouders met minderjarige kinderen hier recht op, ook als de ene ouder meer voor de kinderen zorgt dan de andere. Overigens wordt uitsluitend bij (dreigende) dakloosheid urgentie verleend. Met deze maatregel wil de gemeente er voor zorgen dat elke ouder een zelfstandige woonruimte kan krijgen; een belangrijke voorwaarde om een goede band met het kind op te bouwen.
"Belangrijke stap voorwaarts"
Wethouder Ruud Luchtenveld (Ruimtelijke Ordening, Wonen en Verkeer): “Zonder urgentieverklaring voor gescheiden ouders kan het jaren duren voordat een woningzoekende geschikte woonruimte vindt. En dat heeft als risico dat kinderen jarenlang een gebrekkig contact met een van beide ouders hebben.”
“Dit is een ontzettend belangrijke stap voorwaarts”, zegt Dennis Grippeling, gescheiden ouder en regionaal contactpersoon voor Fathers 4 Justice (belangenvereniging voor gescheiden vaders). “Het zijn vaak de vaders die na een scheiding het ouderlijk huis verlaten. Zij komen dan terecht bij familie of op drie-hoog-achter. En dat zijn vaak geen plekken om kinderen op te voeden. Omdat de moeder wel geschikte woonruimte heeft, wijst de rechter de kinderen meestal aan haar toe. Straks hebben vader en moeder beiden het recht om de kinderen in de eigen leefomgeving op te voeden.”
Evaluatie
Niet iedereen is tevreden over deze wijziging. “We waren niet direct voor”, vertelt Jacqueline de Jong van woningcorporatie de Alliantie Eemvallei. “Dit betekent een toename van het aantal urgentieverklaringen.” En dan neemt de wachttijd voor andere woningzoekenden toe. “Als blijkt dat het aantal urgentieverklaringen meer dan 30% van het totaal aantal woningtoewijzingen (vastgestelde maximum) is, dan gaan wij het gesprek weer aan.” In januari 2008 wordt de uitbreiding op de urgentieverklaring geëvalueerd.
Reageren op woningen in de regio
Een andere belangrijke wijziging in de Huisvestingsverordening is de verruiming van de bindingseisen. Sinds 1 januari moeten alle gemeenten binnen de provincie Utrecht de grenzen openstellen voor mensen met een economische of maatschappelijke binding met deze provincie. Als woningzoekende kunt u nu dus reageren op woningen buiten Amersfoort. En inwoners uit andere gemeenten kunnen nu ook reageren op het woningaanbod in Amersfoort. Dat was voorheen niet zo. Jacqueline de Jong van de Alliantie Eemvallei: “Wij denken niet dit tot een toename van het aantal woningzoekenden in Amersfoort leidt. Ten eerste blijkt uit cijfers dat mensen bij voorkeur verhuizen binnen tien kilometer van hun huis. Ten tweede zijn onze grenzen opengesteld, maar ook die van andere gemeenten. Er zullen dus mensen komen, maar er gaan ook mensen weg.”
Wethouder Luchtenveld: “De woningtoewijzing breder maken buiten de gemeentegrenzen is een logische stap. Aangezien Amersfoort op de rand van de provincie ligt, is een provinciaal aanbod wat beperkend, omdat we daarmee niet naar de hele regio rond Amersfoort kijken. Daarom gaan we met bijvoorbeeld Nijkerk in gesprek over ruimere bindingseisen.”
maandag, maart 24, 2008
Het Ouderverstotingssyndroom
Recensie door Rob van Altena
Gids voor werkers in de geestelijke gezondheidszorg en juristen
Oorspronkelijke titel: The Parental Alienation Syndrome
Richard A.Gardner,
Uitg. Creative Therapeutics, Cresskill, N.J., U.S.A. 1992.
ISBN 0-933812-24-8
Richard A. Gardner is hoogleraar in de toegepaste kinderpsychiatrie aan de Columbia Universiteit van New York en schrijver van een stuk of 35 boeken over kinderen in echtscheiding die, evenals de schrijver zelf, in Amerika een hoog aanzien genieten.
Met de door hem bedachte term Parental Alienation Syndrome (PAS) duidt Gardner een geestelijke stoornis aan die sinds een jaar of vijftien steeds meer optreedt bij kinderen waarvan de ouders klem zitten in een vechtscheiding. De stoornis bestaat daaruit dat het kind ervan bezeten raakt de ouder bij wie het niet woont (de 'gehate' ouder) te kleineren, beschuldigen en uit te stoten - zonder reden of om aanleidingen die in geen verhouding staan tot een levenslange uitstoting. De aanduiding 'hersenspoelen' (door de 'geliefde' ouder) vindt Gardner hier te beperkt omdat er buiten die programmering vooral ook krachten meespelen in het kind zelf en uit de sociale omgeving.
De versmade ouder is in 90% van de gevallen de vader en in l0% de moeder. Maar ter vereenvoudiging hanteert Gardner meestal maar het woord 'vader' om niet permanent in juistere maar ook omslachtige woordcombinaties als 'verstoten ouder' of 'vervreemde ouder' te moeten vervallen. Om diezelfde reden lijkt het ook wel verantwoord om 'parental alienation syndrome' (PAS) vereenvoudigd te vertalen met 'vaderverstotingssyndroom'. Gardner begint met de waarschuwing dit begrip vooral niet toe te passen op kinderen die om een geldige reden (b.v. ernstige mishandeling) niets meer van een ouder willen weten. In zulke gevallen is het verstoten van die ouder immers geen ziektebeeld te noemen: het wordt dat pas wanneer de verstoting redeloos is en zelfs tegen het eigen belang ingaat. Het kind heeft zijn ouderpaar dan als het ware doorkliefd in een 'geliefd' en een 'gehaat' deel, aanduidingen die door Gardner bewust tussen haakjes worden gezet: "De gehate ouder wordt alleen ogenschijnlijk gehaat, er is nog veel liefde aanwezig. En de geliefde ouder wordt soms meer gevreesd dan geliefd." Er bestaat met deze ouder echter blijkbaar een sterkere gevoelsbinding dan met de gehate ouder. Natuurlijk hebben kinderen een binding met allebei de ouders maar de sterkste binding zou bestaan met die ouder door wie zij als baby en als kleuter het meest verzorgd werden. Die binding wil het kind bewaren en zodra het denkt dat zij door de vechtscheiding bedreigd wordt, begint het daarom tegen de andere ouder een afstotingscampagne. De wapens die het daarbij inzet, zijn vaak kinderlijk en simplistisch. Helaas zal de moeder vaak ook van de onzinnigste klachten van het kind met welbehagen kennis nemen. En nog eens helaas laten ook advocaten en zelfs rechters zich soms door zulke klachten meeslepen in plaats van te vragen of dat nu redenen zijn om een vader nooit meer te willen ontmoeten. Juist het onlogische en absurde karakter van de klachten zijn tekenen dat het hier om eigen inbreng van het kind en dus om een verstotingssyndroom gaat. Een ander duidelijk teken is het ogenschijnlijk geheel ontbreken van ambivalente gevoelens.
Nu is bezeten haat vaak maar een dunne verhulling voor diepe liefde. Echte verwerping is neutraliteit, weinig of niet meer aan iemand denken. Het tegendeel van liefde is niet haat maar onverschilligheid. Bij deze kinderen neemt liefde echter de vorm van haat aan omdat zij zich tegenover hun moeder schuldig zouden voelen als zij openlijk liefde voor hun vader zouden bekennen.
Andere oorzaken die bij de vorming van het PAS een belangrijke rol kunnen spelen zijn angst voor een agressieve ouder, overneming (inductie) van haar gevoelens, eenzijdige idealisering en de kans nu vrij baan te kunnen geven aan woede die normaal onderdrukt of in banen geleid wordt.
Hoewel Gardner de eigen inbreng van het kind per definitie vooropstelt, laat hij ook geen twijfel bestaan aan de grote rol van de 'moeder' (die dus in l0% van de gevallen de vader is). Hij gebruikt hiervoor de termen programmeren of hersenspoelen: "hoewel dit laatste niet als een vakterm wordt beschouwd en in strikt wetenschappelijke publicaties niet erg aanvaard is, zie ik het wel degelijk als een nuttig woord omdat het heel direct aangeeft dat een mens het denken van een ander probeert te veranderen door middel van een welbewust proces."
Van dit programmeren geeft de schrijver dan een bladzijden lange catalogus van voorbeelden waarvan we er hier maar enkele kunnen aanstippen: "Er zijn moeders die zodra hun man vertrokken is, door het huis razen en alles vernielen wat nog maar aan zijn bestaan zou kunnen herinneren. Algemeen is de manoeuvre om de vader voor te schrijven dat hij bij het afhalen van de kinderen in zijn auto moet blijven zitten en zijn aankomst maar kenbaar moet maken door te toeteren: aan de voordeur komen is er niet bij en aanbellen al helemaal niet. Ook het antwoordapparaat is een machtig wapen: het staat altijd aan, ook als de moeder thuis is. Als de telefoon gaat, luistert zij eerst wie er belt voordat er al of niet opgenomen wordt. Voor de vader wordt in elk geval niet opgenomen en zo krijgen de kinderen praktijkles hem maar te laten praten en geen antwoord te geven. Deze gewoonte is zo algemeen dat ik een aantal zaken heb meegemaakt waarbij de vader de moeder via een gerechtelijk bevel moest verplichten om als zij thuis was het antwoordapparaat af te zetten en de telefoon op te nemen zodat de vader met zijn kinderen kon bellen. In veel gevallen kon dat bevel helaas ongestraft genegeerd worden, zoals dat met gerechtelijke uitspraken tegen PAS-moeders trouwens vaak het geval is."
"Zodra het om de bezoektijden gaat, houden deze moeders zich juist weer uiterst stipt aan de vonnissen: 'Als je een minuut te vroeg aan de deur komt, bel ik de politie!' of 'Als je een minuut te laat komt, krijg je ze niet mee!'. Ook door sabotage van het bezoek kan een wrede moeder zich doeltreffend wreken en hoe groter de afstand die de bezoekvader moet afleggen, des te krachtiger dat wapen is. Ik heb een aantal zaken meegemaakt waarin vaders voor een bezoekrecht naar de andere kant van Amerika reisden, alleen om te bemerken dat hun kinderen niet op de afgesproken plaats en tijd aanwezig waren. Helaas ondernemen rechtbanken meestal niet veel tegen dit soort wreedheid en dat is van belang voor de vorming van het vaderverstotingssyndroom omdat kinderen zo de boodschap meekrijgen dat een bezoek van de vader onbelangrijk is en ook dat niemand zich er iets van aantrekt als hij gemeen behandeld wordt."
Bij schoolvoorstellingen zetten moeders de kinderen onder druk door te zeggen dat zij (de moeders) niet gaan als de vader komt. Dat geeft het kind het gevoel dat de vader een soort ordeverstoorder is die louter door zijn aanwezigheid alles zal bederven. Naar mijn ervaring zijn echter juist dit soort moeders eerder geneigd tot demonstratief gedrag dan hun gehate ex-echtgenoten: een mooi voorbeeld van hoe het projectiemechanisme bij deze vrouwen werkt." "Wat veel tot het verstotingssyndroom bijdraagt is om elke contactpoging van de gehate vader als 'lastig vallen' te bestempelen. De vervreemde vader blijft immers vaak blijkgeven van belangstelling door op te bellen, te proberen de kinderen te zien, cadeautjes te sturen enz. en wanneer dit door de moeder als 'lastig vallen' wordt gebrandmerkt, gaan ook de kinderen het zelf op de duur zo zien. Als de vader opbelt voor de kinderen, geeft zo'n moeder antwoorden in de trant van: "Ze zijn bezig", "Ze gaan net eten", "Ze zitten net te eten", "Ze zijn nog niet met hun eten klaar", "Ze kijken net televisie", "Ze zitten net hun huiswerk te maken", "Ze spelen met andere kinderen", "Ze gaan net naar bed" enz. De vader schijnt nooit op het goede ogenblik te bellen: wat de kinderen ook doen, ze mogen nooit door hem gestoord worden. Elke bezigheid, hoe onbeduidend of willekeurig ook, is belangrijker dan de vader.
"Series moeders heb ik gesproken die hun kinderen bij een psychiater hadden gebracht zonder dat de vader dat zelfs maar wist. Naar mijn ervaring gaan veel therapeuten daar helaas in mee waardoor zij zonder dat blijkbaar te beseffen het verstotingssyndroom in de hand werken. Het medisch beroepsgeheim bestendigt hier de psychopathologie. Verantwoordelijke en verstandige therapeuten werken zo niet." "Men dient goed te beseffen dat veel van deze moeders heel wat minder liefdevol voor hun kinderen zijn dan een naïeve waarnemer dat op het eerste gezicht zou denken. Ogenschijnlijk willen zij het kind tegen de gevreesde ouder beschermen uit liefde. Maar een echt liefdevolle ouder begrijpt heel goed hoe belangrijk ook de niet-zorgouder voor de kinderen is en de minachtingscampagne waarin deze moeders de kinderen meeslepen, is juist niet in het belang van het kind, ja een blijk van hun tekortschieten als ouder". "Wanneer zulke moeders de juridische strijd om het gezag 'winnen', bereiken zij niet alleen dat gezag maar uiteindelijk ook een totale vervreemding tussen hun kinderen en de gehate ex-echtgenoot. Dat deze overwinning de kinderen geestelijk kan vernielen is wat zij diep in hun hart misschien wel willen. En zij voelen aan dat zij dat door onophoudelijk vechten, indoctrineren en vervreemden ook kunnen bereiken." Ook de l0% vaders die kinderen van hun moeders weten te vervreemden, kunnen er trouwens wat van. Toen een moeder haar zoontjes naar hun schoolrapporten vroeg, zeiden die dat zij "veel te groot waren dan dat hun moeder nog voor hen op de ouderavonden hoefde te komen" en dat zij zich trouwens "moest schamen om over kinderen van onze leeftijd nog op school te gaan navragen". De jongetjes waren zeven en negen jaar oud. Een andere vader zei de kinderen dat hun moeder hen aan hem had "verkocht" en liet als bewijs daarvan zijn alimentatiekwitanties zien. Toen de moeder de kinderen opbelde, wilden die niets meer van hen weten: "je bent onze moeder niet meer, je hebt ons aan vader verkocht!" Hoewel het vaderverstotingssyndroom geen geestesziekte is, beschouwt Gardner het wel als een sterke psychische stoornis en als een voorbeeld van het zogenoemde 'folie-a-deux', een verschijnsel waarbij de ene partij zijn/haar psychische afwijking op de andere overbrengt, zodat zij die dan allebei hebben. Andere Amerikaanse psychiaters delen het PAS meer in bij het Munchhausensyndroom by proxy (door overdracht), een stoornis die voor het eerst zo genoemd is door J.Money in l986 naar de bekende ongeremde fantasieën van baron von Munchhausen. Het syndroom bestaat daaruit dat een ouder totaal verzonnen verhalen, vaak ingebeelde ziekten, overal voor waar gaat rondvertellen en dat gedrag op haar kind weet over te brengen. Ook valse incestbeschuldigingen worden (voor het eerst in 1989 door D.C.Rand) tot dit Munchhausensyndroom gerekend. Gardner houdt er echter aan vast dat het vaderverstotingssyndroom iets zelfstandigs is omdat daarin volgens hem meer sprake is van een, zij het sterk beïnvloede, inbreng door het kind zelf.
De schrijver onderscheidt drie gradaties van het verstotingssyndroom: de ernstige, matige en lichte gevallen. Bij de ernstige gevallen zijn de moeders volkomen fanatiek en soms paranoïde. Zij projecteren op hun ex-echtgenoot allerlei verderfelijke eigenschappen en bedoelingen die zij in werkelijkheid vaak zelf hebben. Dat geldt ook voor de valse sexbeschuldigingen. Met de kinderen is een folie-a-deux binding ontstaan: zij delen de paranoïde fantasieën van de moeder en kunnen in totale paniek op de vlucht slaan als zij de vader (moeten) ontmoeten. Bij de matige gevallen gaat het niet zozeer om gestoorde vrouwen maar om vrouwen die razend zijn dat zij door hun man verlaten werden. De binding met de kinderen is gezond te noemen. Voor de scheiding waren zij vaak goede opvoedsters (in tegenstelling tot de moeders van de ernstige gevallen, die als opvoedsters ernstig tekort schoten). Als kinderen uit zichzelf met een sexbeschuldiging komen aanzetten dan kunnen deze moeders toegeven dat die vals is. Kinderen van deze moeders maken weliswaar hun vader zwart maar zijn nog wel in staat die houding te veranderen wanneer zij weer regelmatig met de vader in aanraking komen. Hun afweerhouding komt daaruit voort dat zij de gezonde binding met hun moeder willen verdedigen. Ook bij de lichte gevallen van vaderverstoting hebben de kinderen een gezonde binding met de moeder. Hier gaat het meest om moeders die in de eerste kinderjaren erg goed voor de kinderen gezorgd hebben en nu de kinderen tegen de vader programmeren om als het ware hun eigen positie veilig te stellen. Opmerkelijk in het boek is een lang hoofdstuk, gewijd aan de vormen van procesrecht die in de loop van de geschiedenis in verschillende landen bestaan hebben. De schrijver komt daarop omdat hij het tegenwoordige civiele procesrecht van de Westerse wereld als de hoofdschuldige beschouwt van het mensonterende touwtrekken om de kinderen. Het Amerikaanse rechtsstelsel (en het Europese) kan worden aangeduid als een conflictsysteem met in Amerika ook nog eens een sterke hang naar een 'Winner takes all' uitkomst. In Aziatische landen zijn daarentegen begrippen als bemiddeling en verzoening veel sterker in de maatschappij verankerd. Als twee Japanners een geschil hebben dan gaan zij vaak eerst samen naar een door hen allebei geachte oudere om die om bemiddeling te vragen: wie dat niet doet wordt zelfs als een a-sociale ruziemaker beschouwd. Komt men er zo niet uit dan kan men zich wenden tot bestaande buurthuizen voor geschillenbemiddeling en pas als ook daar geen oplossing gevonden wordt, zal men naar een advocaat stappen. Dat is een van de redenen waarom er in Japan maar een advocaat op de 10.000 inwoners is en in de Verenigde Staten een op de 320. Onze civiele procesvoering heeft volgens de schrijver ook nog trekken overgehouden van die middeleeuwse processen die uiteindelijk namens de partijen in een tweegevecht werden beslecht door beroepsworstelaars. Bedoeld wordt het sterke gewicht van de advocatuur, waaraan tot omstreeks l850 trouwens meer de eis zou zijn gesteld de tegenstander en de waarheid te eerbiedigen terwijl daarna de nadruk is verschoven naar de belangen van de cliënt. Illustratief in dit verband is de titel van een recent boek van een van Nederlands bekendste pleiters (mr. G.Spong, 'Leugens om bestwil', Amsterdam, l997). "Het gevolg", schrijft Gardner nogal cru maar onomwonden, "is dat naar mijn mening studenten in rechtsfaculteiten worden opgeleid tot leugenaars". En hij sluit af met de vaststelling dat het strijdproces in elk geval een ongeschikte oplossing is gebleken voor die vele gevallen waarin de partijen oorspronkelijk helemaal niet tegenover elkaar stonden. Een ander interessant hoofdstuk behandelt de geschiedenis van het toewijzen van de kinderen na scheiding. Volgens de Code Civil (ingevoerd in l804) bleven kinderen na echtscheiding - die toen praktisch nog niet voorkwam - automatisch bij de vader: dat vloeide voort uit diens rechtspositie als gezinshoofd. Maar al gauw daarna ging het schuldbeginsel overwegen en zo gold b.v. in Nederland sinds het Burgerlijk Wetboek van 1838 als hoofdregel dat de kinderen bij die ouder kwamen die aan de scheiding onschuldig was - naar het oordeel van de rechtspraak, die volgens velen op dat punt toen nog strenger voor moeders dan voor vaders was. Kleine kinderen bleven wel bij de moeder maar gingen als zij opgroeiden dus (weer) naar de vader als die de onschuldige partij was geweest. Van ongeveer l900 af begon internationaal de opvatting door te breken dat moeders door hun zachtaardigheid nu eenmaal beter geschikt zouden zijn om kinderen op te voeden: een veronderstelling die in Engelstalige landen nog altijd wordt aangeduid met de vakterm "tender years presumption". Nederland liep hierin nogal voorop: al sinds l901 gold er de regel dat het kind na echtscheiding onder eenhoofdig gezag stond van de ouder die ook de dagelijkse zorg mocht geven en dat was steeds vaker de moeder. In Engeland gold hetzelfde sinds l925. Aanvankelijk werd daarbij aan moeders nog wel de eis gesteld de kinderen een goed moreel voorbeeld te geven, waardoor b.v. een vrouw die haar man bedrogen had vaak niet voor gezag en zorg in aanmerking kwam. Maar die eisen werden steeds meer afgezwakt. Ook in België is het voorrangsrecht van de onschuldige ouder in l965 vervallen. Praktisch elke moeder die bereid en beschikbaar was, kreeg voortaan bij voorrang de kinderen. Na de tweede wereldoorlog begon het aantal scheidingen bovendien de pan uit te rijzen en brak er een tijd aan die, althans voor de advocatuur, best als de gouden eeuw van de echtscheidingsprocessen kan worden aangemerkt. Gardner citeert (blz. 43 e.v.) nogal wat boeken van Amerikaanse advocaten waaronder deze: "Als ik mijn kantoor uitkom op weg naar het gerechtsgebouw, dan weet ik dat daar een zaak wacht waarin geen plaats is voor vergelijk of verzoening of het goede afwegen tegen het slechte. Het wordt een zaak van erop of eronder, van vechten met klauwen en tanden. En daar geniet ik van (H.A.Glieberman, Confessions of a Divorce Lawyer, Chicago, l975)". Sinds ongeveer l975 begon de vooronderstelling dat de moeder door haar zachtaardigheid nu eenmaal de beste ouder is, in Amerika terrein te verliezen. Er kwam een nieuw beginsel op: in onze maatschappij met haar totale gelijke kansen - waarin ook vrouwen desgewenst straaljagerpiloot, chirurg of advocaat kunnen worden - moeten vrouw en man ook als moeder en vader gelijke kansen hebben ("the sex blind rulings"). Toch houden veel Amerikaanse rechters nog aan het moedervoorrecht vast en voor Europa geldt dat nog sterker. In de Verenigde Staten geldt na l980 in de staten ten Westen van de Mississippi bij voorrang het gezamenlijk gezag en een gelijk recht op de dagelijkse zorg. In de Oostelijke staten is dat, vooral door het veto van de gouverneurs, nooit van kracht geworden.
Deze historische uitweiding is van belang in verband met de juridische maatregelen die Gardner aanbeveelt als remedie tegen het PAS-syndroom en waar wij aan het eind van deze bespreking aan toe komen. Maar eerst gaat de schrijver nog uitvoerig in op de rol van de medische deskundigen ('examiners') die in Amerika door elk van beide partijen kunnen worden opgeroepen om hun standpunt te ondersteunen terwijl de rechter ook nog eens onafhankelijke deskundigen kan benoemen. De enige goede informatiebron voor de deskundige is volgens Gardner een gesprek met beide ouders en de kinderen gelijktijdig. Als dat niet mogelijk is omdat een van de partijen het niet wil, kan er niets bereikt worden en trekt hij zich als deskundige terug. Alleen uit dat gesprek kan namelijk blijken met welke ouder de kinderen de sterkste geestelijke binding hebben. En die moet worden vastgesteld aan de hand van wat Gardner zo mooi "grootmoeders maatstaf" noemt: "dat wat grootmoeder tekenen van goed ouderschap zou vinden als haar geest door de woning kon rondwaren en daarna aan de deskundige verslag uitbrengen. De meeste grootmoeders hadden weliswaar geen doctoraal in de kinderpsychologie en geen benul van de uitgekiende metingen waar wij beroepsmensen ons tegenwoordig op laten voorstaan, maar zij letten vooral goed op die ouderhandelingen waar het gevoel uit spreekt en die het vlechtwerk van de ouder-kind binding uitmaken: wie maakt de kinderen 's morgens wakker, zet ze het ontbijt voor, brengt ze naar school, zit 's middags met ze aan tafel, helpt ze bij het huiswerk en stopt ze 's avonds in bed; wie is bereid zich wat voor de kinderen te ontzeggen, offers voor hen te brengen. Zo kan de deskundige vaststellen welke ouder-kind binding in de kleuterjaren tot stand is gekomen. Dat is niet alleen van belang in verband met het later gevormde verstotingssyndroom maar ook om vast te stellen wie van de ouders de dagelijkse zorg moet krijgen. Het verstotingssyndroom ontwikkelt zich volgens Gardner zodra het kind begint te beseffen dat er een strijd om gezag en zorg aan het ontbranden is. Om in die strijd een rol te spelen begint het zijn eigen scenario van geringschatting en uitsluiting op te stellen.
Kinderen die aan het verstotingssyndroom lijden, idealiseren de moeder en verwerpen de vader om gebeurtenissen die andere kinderen normaal vinden of al lang vergeten zijn. Verhalen van de moeder worden kritiekloos overgenomen: "Moeder zou nooit tegen mij liegen". Normale brieven, telefoontjes en juridische stappen van de vader worden alle samengevat onder de term "lastig vallen". Het kind wil de vader "nooit" meer zien. Gardner pleit voor een gerechtelijk bevel tot psychiatrische behandeling van het gehele gezin. Zonder dat bevel zal het nooit tot een behandeling komen en individuele therapie leidt nergens toe. "Dit is niet het soort therapie dat verricht kan worden door een therapeut die er passief bij zit terwijl patiënten hun fantasieën afdraaien, maar door een die eventueel niet te benauwd is een dwarsliggende patiënt ermee te dreigen de rechter in te schakelen. Sommige lezers zullen wel onthutst zijn dat ik in verband met een patiënt het woord dreigen gebruik maar zonder die mogelijkheid zal therapie van PAS-gezinnen geen resultaat opleveren".
Volgens Gardner vereisen de drie gradaties van het verstotingssyndroom elk een andere aanpak. In ernstige PAS-gevallen moeten de kinderen voor alles aan de dagelijkse zorg van de moeder worden onttrokken en bij de vader komen wonen, in de eerste tijd zelfs zonder enig contact met de moeder: "tussen moeder en kinderen bestaat een ongezonde binding en die zal ook door therapie niet verdwijnen zolang de kinderen bij hun moeder wonen en daar zijn blootgesteld aan een spervuur van afkammerij en andere openlijke en heimelijke beïnvloeding die het syndroom in stand houdt...Als de kinderen bij de vader geplaatst worden, zal hun vijandelijkheid tegenover hem geleidelijk afnemen. Als de rechtbank toestaat dat de kinderen bij de gestoorde moeder blijven, dan komt het waarschijnlijk tot een levenslange vervreemding van de vader".
"Helaas staan rechters er vaak niet voor open om een vader de zorg te geven. Ondanks de recente voorrang voor een gezamenlijk gezag blijven de meeste rechters toch sterk bij de opvatting dat moeders betere opvoeders zijn dan vaders. En hoewel ik het daar in het algemeen ook mee eens ben, lijdt het geen twijfel dat ook veel moeders slechtere opvoeders zijn dan hun (ex-)man en dat geldt met waarschijnlijkheid vooral voor de moeders in de groep van de ernstige vaderverstoting." Bij meer gematigde gevallen van verstoting acht Gardner het mogelijk de kinderen bij de moeder te laten om van daaruit aan herstel van de omgang met de vader te werken. Als de moeder blijft tegenwerken dan zou men haar kunnen dreigen met omkering van de zorg of met gevangenisstraf hoewel - zegt de schrijver erbij - hij wel vaders achter de tralies heeft zien verdwijnen als zij niet aan hun (financiële) verplichtingen voldeden maar geen moeders als die niet aan hun (omgangs)verplichtingen voldeden. Overigens moet de therapeut die met deze situatie aan de slag gaat, vooral een neutrale, door de rechtbank aangewezen, deskundige zijn. Zijn behandelkamer kan dan tegelijk als het 'uitwisselpunt' dienen waar de kinderen voor de omgang van de ene naar de andere ouder gaan. Moeilijke moeders in deze categorie lijden nogal eens aan neiging tot overbescherming. Als zij naar een verre bestemming willen verhuizen om de kinderen aan de vader te onttrekken, moet de rechtbank hun verbieden de kinderen mee te nemen. Bij zwakke gevallen van het verstotingssyndroom is therapie meestal niet eens nodig. Gardner denkt dat veelal alleen maar de moeder gerustgesteld moet worden dat de vader de dagelijkse zorg niet krijgt en zijzelf dus wel. Als zij zich maar veilig voelt om te mogen zorgen, zou zij de omgang met de vader niet meer beletten.
Wat heeft Gardner de uitgestoten vaders aan te raden? "Sommige vaders verliezen de moed en lijden zoveel verdriet door de verstoting dat zij er sterk over denken zich maar voorgoed van hun kinderen terug te trekken. Vaak wordt hun (soms zelfs door goedwillende therapeuten) aangeraden de wens van kinderen die hen niet meer willen zien, te "eerbiedigen" omdat die kinderen (blz. 259) "toch uiteindelijk uit zichzelf weer naar hem toe zullen komen. Maar die raad, hoe goed bedoeld ook, is naar mijn mening niet doordacht: de raadgever was er kennelijk niet mee vertrouwd hoe het syndroom werkt en hoe de geestelijke band tussen vader en kind in het geniep verzwakt en zelfs volkomen gesloopt kan worden. Mijn algemene raad aan zulke vaders is om redelijke contactpogingen te blijven volhouden, ervan uitgaande dat er ondanks vijandelijkheid van de kinderen nog steeds resten van de vroegere binding doorwerken. Ik probeer de vaders een middenweg te helpen vinden tussen opdringen en opgeven. Ik raad ze aan om per post en via kennissen wat van zich te laten horen bij verjaardagen, diploma-uitreikingen, intrede in de kerkelijke gemeente enz...Ook al worden hun brieven (voor of na lezing) vernietigd en wordt de telefoon op de haak gegooid, ik raad ze aan te blijven schrijven. Nogmaals: vooral niet zo vaak dat het als lastig overkomt. Vaders moeten zich de vroegere band met hun kind blijven herinneren en hopen dat liefde uiteindelijk angst zal overwinnen. Omdat wij geen vervolgstudies over zulke kinderen hebben, weet ik niet hoe dikwijls deze raad van nut is geweest. Ik vermoed maar in een beperkt aantal gevallen, al mag ook dat er een therapeut nooit van weerhouden zo'n raad te geven. Maar bij deze pessimistische noot wil ik het niet laten. Ik ben in wezen optimistisch over de mogelijkheid om kinderen met een ernstig verstotingssyndroom in gezinsverband therapeutisch te behandelen, als de therapeut er de rechtbank tenminste van kan overtuigen dat het om zo'n syndroom gaat en hij daarna de rechtsmacht als stok achter de deur kan inzetten."
Gardner geeft dan (blz. 246) een tien bladzijden lang voorbeeld van de uiterst moeizame therapeutische behandeling van Gloria en Ned en hun kinderen waarin Gloria de zaak in het begin op alle manieren saboteert en de therapeut zachtmoedigheden als "stomme idioot, je verpest mijn kinderen" naar het hoofd slingert. Maar uiteindelijk weet deze met moed en volharding de kinderen toch weer tot normale omgang met de vader te brengen. Al verzucht hij wel: "Sommige lezers hebben bij dit behandelingsvoorbeeld vast gedacht dat er binnen of buiten de psychiatrie waarachtig wel een prettigere manier is om aan de kost te komen. En dat vind ik zelf ook. Het is weerzinwekkend en af en toe vernederend... Maar voor ernstige verstotingsgevallen is het de enige behandeling die ik ken. En in alle beroepen moet soms vuil werk gedaan worden...Door dit te verdragen kan het leven van jonge mensen worden beveiligd, kan verhinderd worden dat een kind blijvend vervreemdt van een ouder: zijn kostbaarste bezit." Dat alles is wel afhankelijk van de medewerking van de rechterlijke macht. "Ik ken geen beter voorbeeld van de waarde van de samenwerking van psychiatrie en recht dan de behandeling van het verstotingssyndroom". Maar in de praktijk valt dat niet altijd mee: "Een klacht die ik over veel rechters heb, is de traagheid van de uitspraken. In veel gevallen komt dat omdat een rechtbank overbelast is of omdat een advocaat de zaak vertraagt maar ik heb ook te veel zaken meegemaakt waarin de uitstelmanoeuvres van de rechters zelf kwamen. Veel rechters zijn besluiteloos en vinden steeds weer redenen om het vonnis voor zich uit te schuiven". Als het grootste struikelblok ziet Gardner echter delen van de advocatuur: "Advocaten rekken de procesvoering: sommigen voor hun gewin, anderen omdat zij weten dat de tijd voor hun cliënte werkt, vooral wanneer zij het is die de kinderen programmeert. De drang om het met alle macht voor de cliënte op te nemen is groter dan de bereidheid om in te zien dat dit schadelijk is voor haar kinderen". Het probleem zit dan ook diep: "Die advocaten die de in dit boek beschreven euveldaden begaan, moeten wel persoonlijkheidsgebreken vertonen. Het kan niet anders dan dat zij sterk tekort schieten in hun ontvankelijkheid voor anderen en zich afsluiten voor de geestelijke schade die zij cliënten - zowel hun eigen als die van andere advocaten - toebrengen...In uiterste gevallen worden zulk soort mensen psychopaten genoemd....Psychopathische typen kunnen erg overtuigend en beminnelijk overkomen: zij zijn vaak meesters in misleiding..." en "Na jarenlang beroepshalve andere partijen misleid te hebben, weten veel advocaten niet eens meer hoe diep deze gewoonte in henzelf is doorgedrongen. De waarheid verbergen en weglaten is een deel van hun persoon en hun levensstijl geworden. Velen beseffen niet dat zij bedorven zijn door het systeem waarin zij de kost verdienen".
Om beter achter de waarheid te komen stelt Gardner voor om de partijen tijdens de zittingen van het proces met elkaar en elkaars verklaringen te confronteren. Een andere aanbeveling is om in de rechtenstudie een richting familierecht op te nemen, met bijzondere aandacht voor toegepaste psychologie. Een goede ontwikkeling acht Gardner de echtscheidingsbemiddeling. Deze maakt ook in Amerika een bloei door, al zijn er nog steeds geen algemene normen voor de opleiding. Universiteiten tonen weinig belangstelling. Kan wetgeving misschien helpen het verstotingssyndroom in te perken of te voorkomen? Ook daar heeft Gardner een uitgesproken mening over: "Weinig mensen zullen eraan twijfelen dat mannen in onze samenleving meer macht hebben dan vrouwen. Ook heeft de vrouw het op weinige uitzonderingen na financieel moeilijker dan de man". "Vaak heb ik de laatste jaren het gevoel gehad dat wij de vroegere voorrang van de moeder beter niet overboord hadden kunnen zetten...De nieuwe gelijkheid heeft ouders en kinderen veel leed berokkend...vooral de gelijke rechten van vader en moeder op de zorg en het wijdverbreide enthousiasme voor het gedeelde gezag. Het vechten om het gezag is sinds het midden van de jaren 70 dramatisch toegenomen en dat is zonder enige twijfel het gevolg van die twee ontwikkelingen". "Naar mijn mening houden de rechtbanken niet genoeg rekening met de geduchte invloed van de prilste levensjaren en van de binding met de ouder die toen het meeste voor het kind zorgde...Dat was meestal de moeder...Wanneer die binding bedreigd wordt door een rechter die vader en moeder precies gelijkstelt of door een opgelegd gezamenlijk gezag, dan zullen moeder en kind dat met alle kracht bevechten. De moeder hersenspoelt het kind en daarnaast ontwikkelt het kind, om de binding te handhaven, zijn eigen scenario".
De schrijver stelt dan voor om terug te komen op de volkomen gelijkheid van man en vrouw in gezag en zorg, zonder echter terug te keren naar het oude voorrangsrecht van de moeder. Toewijzing van zorg en gezag zou moeten gebeuren op grond van drie punten:
1. Voorrang voor die ouder (moeder of vader) met wie het kind de sterkste gezonde geestelijke band heeft.
2. Die band heeft het waarschijnlijk met de ouder die er in de eerste levensjaren het meest voor gezorgd heeft.
3. Maar hoe meer tijd er ligt tussen die eerste jaren en het ogenblik van de gezagstoewijzing, des te groter is de kans dat latere invloeden de overhand nemen. Daarnaast zou het huidige stelsel van strijdige procedures moeten worden vervangen door een drie-fasen systeem van:
1. Verplichte bemiddeling. Die is in Amerika het eerst ingesteld in de staat Californie, waar ouders eerst naar een bemiddelingskamer moeten voordat zij toestemming tot een rechtsgeding krijgen. Zij geldt ook in veel andere staten van de V.S. en voor landen als Japan, Noorwegen en Zweden e.a.
2. Arbitrage binnen het kader van de rechtbank door een troika van b.v. twee psychologen/psychiaters en een advocaat.
3. Een beroepsinstantie, samengesteld als 2. "De (Amerikaanse) grondwet geeft eenieder het recht zijn geschillen aan een rechtbank voor te leggen en aan die voorwaarde wordt in dit voorstel voldaan omdat de arbitrage- en de beroepsinstantie binnen de bevoegdheid van de rechtbank vallen en de advocaten die erin zitten als rechters dienst doen. Het systeem werkt niet als een strijdige procedure, maar dat wordt door de grondwet ook niet vereist."
"De toewijzing aan die ouder die in de eerste jaren het meest voor het kind gezorgd heeft, zal tot gevolg hebben dat veel moeders automatisch zorg en gezag krijgen en dat zou de twisten om het gezag zoals wij die tegenwoordig in Amerika kennen, sterk verminderen."
Dit zijn nogal revolutionaire voorstellen, gedragen door hoogstaande beginselen. Toch is Gardner wel degelijk een realist: de kans dat zijn voorstellen ooit werkelijkheid worden, schat hij niet te hoog in. "Amerika is nu eenmaal een land, bezeten van procesvoering". Op Gardners uitgangspunten valt echter wel wat af te dingen. Hebben mannen werkelijk meer macht en geld dan vrouwen? Gardners tegenpool Warren Farrell - die aan de Universiteit van Zuid-Californie sociologie doceert en een al even indrukwekkende serie boeken op zijn naam heeft staan - denkt daar in ieder geval anders over: "Vrouwen hebben de grootste koopkracht, de grootste macht der schoonheid, de grootste seksuele macht, het grootste gemiddelde vermogen als gezinshoofd en de ruimste keuzemogelijkheden inzake huwelijk, kinderen en arbeid" (de bestseller "The Myth of Male Power", New York, l993). En het al te ver doorgeschoten gelijkheidsbeginsel en het gezamenlijke gezag? Daar is Gardner zelf onzeker over want hij spreekt zijn eigen stelling herhaaldelijk tegen: "Ondanks de algemene populariteit van het gelijkheidsbeginsel, vinden veel rechters nog steeds dat de moeder bij voorrang voor de kinderen mag zorgen. Zo krijgen ook tekortschietende moeders nog vaak de zorg, zeer tot schade van de kinderen." En: "Het is voor een rechter onvoorzichtig om het een vrouw al te moeilijk te maken. En dat heeft, behalve met andere factoren, ook sterk te maken met politiek".
Nee, het verstotingssyndroom kan niet in hoofdzaak voortkomen uit een afweerslag van moeders die zich in hun oude zorgvoorrecht bedreigd voelen. Want ook in Europa verbreekt de helft van de scheidingskinderen binnen een paar jaar het contact met de vader, ook als die hen goed behandeld had. En in Europa is de voorrang van de moeder op de dagelijkse zorg eigenlijk nooit betwist, terwijl het gezamenlijk gezag in Nederland nog maar bestaat sinds l998 (in België sinds l995) en dat dan nog alleen als ook de moeder het wil. Kenmerkend is voorts dat de afweerhouding van de kinderen tegen de vader juist toeneemt als deze al een tijd het huis uit is en hun binding met de moeder dus steeds minder bedreigd wordt. Dat lijkt er wel op te wijzen dat het PAS sterk voortkomt uit een bredere invloed van de sociale omgeving, waar "niemand zich er veel van aantrekt als de vader gemeen behandeld wordt".
Het boek draagt als ondertitel 'Gids voor werkers in de geestelijke gezondheidszorg en juristen' en daarmee is zijn betekenis samengevat. Ouderverstoting wordt hier voor het eerst behandeld als een probleem van de geestelijke volksgezondheid en in die richting, met rechtsmacht als stok achter de deur, ligt volgens de schrijver ook de oplossing. Gardner verstaat ook nog de kunst een gespecialiseerd onderwerp als dit gemakkelijk toegankelijk te maken. En ook een lange inhoudsweergave als deze geeft maar nauwelijks een beeld van de hoogstaande opvattingen en de ongewoon grote gedachtenrijkdom van het boek.
Strafbaarstelling Psychische Mishandeling (Y. Baayens v Geloven) ?
Ouderverstoting - een omstreden syndroom ? (pedagogiek.net)
zaterdag, februari 16, 2008
‘Meld ongeboren kind bij jeugdzorg’
EINDELIJK!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
Begin maar bij de duizenden zo onterecht ontnomen vaders in relaties met een ernstige stoornis bij moeders die borderlinesyndroom hebben met kenmerken onder andere,
die hebben al als kenmerk namelijk om de eigen vaders van kinderen hun partners onterecht
buiten te sluiten nota bene!!!!
Duizenden zo de dupe geworden tot nu toe?????
Laat dit eindelijk doordringen!!!!!!! www.bpdcentral.com.
In BELANG VAN DE KINDERRECHTEN op eigen vaders in duizenden zaken lopend en beslist ook met het gezag aan mensen aan wie dat niet kan/MAG volgens BW al niet!!!!!!
---------------------------------------------------------------------
Van onze verslaggeefster Aimée Kiene Br. Volkskrant.
gepubliceerd op 16 februari 2008 02:46, bijgewerkt op 16 februari 2008 08:56
Amsterdam - Ongeboren baby’s van vrouwen met ernstige problemen moeten worden aangemeld bij de jeugdzorg. Een gezinsvoogd kan zich dan over hen ontfermen. Dit zeggen kinderrechters, de Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg uit Amsterdam.
Het gaat om een kleine groep vrouwen die in zware omstandigheden leeft en voor wie vrijwillige hulpverlening niet toereikend is. Ze hebben een verslavingsprobleem, een psychiatrische stoornis of een verstandelijke handicap. Van deze vrouwen wordt aangenomen dat zij niet in staat zullen zijn voor hun kind te zorgen en dat het beter is dat een voogd van Bureau Jeugdzorg zich over moeder en ongeboren kind ontfermt.
Jaarlijks telt de Raad voor de Kinderbescherming in Amsterdam tussen de tien en vijftien van dergelijke ‘risicozwangerschappen’, waarbij voor de veiligheid van het kind wordt gevreesd.
Een ongeboren kind kan vanaf 24 weken in aanmerking komen voor een zogenoemde ‘ondertoezichtstelling’, zeggen de kinderrechters. Vanaf dat moment is een foetus levensvatbaar en heeft het dus ook juridisch bestaansrecht.
De meeste hulpverleners aarzelen om al voor de geboorte zo’n maatregel uit te spreken. Die terughoudendheid moeten zij opzij zetten, zeggen Toos Enkelaar en Anne Martien van der Does, kinderrechters van de rechtbank in Amsterdam.
Als het kind tijdig onder toezicht wordt gesteld, kan een voogd de vrouw tot aan de geboorte in de gaten houden, zegt Ank van Meggelen van de Raad voor de Kinderbescherming. Van Meggelen: ‘De gezinsvoogd kan eisen stellen aan de moeder. Zij moet gezond leven, geen drugs gebruiken, een babykamer inrichten. Als de moeder haar levensstijl niet verandert, zal de baby na de geboorte bij haar weg worden gehaald.’
Nu wordt hulpverlening pas in gang gezet op het moment dat het kind is geboren. Dat kan traumatische gebeurtenissen opleveren, als een baby vlak na de geboorte bij de moeder wordt weggehaald, zeggen alle partijen.
Als een gezinsvoogd al tijdens de zwangerschap verantwoordelijkheid neemt voor moeder en kind, kan een pleeggezin gezocht worden, of kan worden nagegaan of de baby bij een familielid kan worden ondergebracht. De moeder kan haar kind daarna bezoeken.
donderdag, februari 14, 2008
zondag, februari 10, 2008
SENATOR GUY SWENNEN start KRUISTOCHT TEGEN OUDERVERVREEMDING
Goed idee. Nederland, Minister Rouvoet waar blijft u, Tweede Kamer waar blijft u??????????? In belang van het kind??
Bron Guy Swennen
Datum 07/02/08
SENATOR GUY SWENNEN (sp.a) START KRUISTOCHT VAN TWEE JAAR TEGEN OUDERVERVREEMDING MET TWEE WETSVOORSTELLEN
Tijdens de vorige legislatuur (2003-2007) was er heel wat parlementaire aandacht voor het beter waarborgen van het omgangsrecht tussen ouders en kinderen na scheiding. Dit leidde tot de wet van 18 juli 2006, waarbij het verblijfsco-ouderschap als wettelijk uitgangspunt vooropgesteld werd, en waardoor de rechtbanken over nieuwe instrumenten beschikken.
De grote aandacht en de nieuwe maatregelen zorgden voor verbetering. Bij de Limburgse parketten bijvoorbeeld liepen in 2006 20 % minder pv’s binnen dan in 2005.
Senator Guy Swennen (sp.a) : “Maar de schendingen van het omgangsrecht blijven een te grote realiteit. Enerzijds dreigt de beleidsaandacht voor deze problematiek opnieuw te verdwijnen, en anderzijds is er absoluut behoefte aan bijkomende maatregelen en middelen.”
Daarom start de senator vandaag een “kruistocht tegen oudervervreemding”, waarbij hij twee jaar lang tweemaandelijks een initiatief zal nemen. Hij begint eraan met de indiening van twee wetsvoorstellen.
Een parlementaire en maatschappelijke kruistocht tegen oudervervreemding, twee jaar lang..
< te agenda parlementaire en maatschappelijke de op problematiek om nemen, initiatief een tweemaandelijks hij zal jaar Twee organiseren. uitwerken acties wetsvoorstellen andere nog daarnaast maar werk, parlementair concreet in omzetten puntenprogramma tien dat alleen niet sp.a-senator wil start, vandaag vanaf die kruistocht zijn oudervervreemding.Met tegen beleid preventief voor aanpak, betere lanceerde gelegenheid Bij oudervervreemding. over symposium bijgewoond druk parlement federale het volksvertegenwoordiger als 2007 februari 13 organiseerde Swennen speelt.Guy rol cruciale omgangsrecht van niet-naleving waar oudervervreemding, proces geleidelijk veelal is ouderverstoting De scheiding. na eens nogal komt verstoot: ouder reden zonder kind Een>
Twee wetsvoorstellen als opstart.
Guy Swennen diende vandaag twee wetsvoorstellen in bij de diensten van de senaat.
Wetsvoorstel tot invoering van het snel attitudeonderzoek.
In de bestaande rechtspraak wordt in heel veel gevallen niet snel genoeg, en dus onvoldoende preventief bijgestuurd of opgetreden.Veelal wordt slechts ingegrepen als beduidende schendingen van omgangsrecht reeds een feit zijn. Meestal volgt dan nog een sociaal onderzoek, waardoor tijd verloren gaat, en de oudervervreemding steeds hardnekkiger en onomkeerbaar wordt.
Nochtans bestaat er een methodiek om in hoofde van de ene ouder het respect voor de affectieve band van het kind met de andere ouder, en de openheid voor contacten van het kind
met de andere ouder te “meten”.
Dergelijke wetenschappelijk ondersteunde vragenlijsten worden in Californië gebruikt in het vroegst mogelijke stadium: bij de bepaling van de eerste verblijfsregeling, vlak na de (feitelijke) scheiding van de ouders.
Het wetsvoorstel Swennen stelt voor dat de rechter verplicht is zo een onderzoek te bevelen indien blijkt dat één van de ouders zich zonder gegronde reden op enigerlei wijze – uitdruk-kelijk of impliciet – verzet tegen het principe of de regeling van een gebruikelijk omgangsrecht. Dit attitudeonderzoek dient binnen de maand door een deskundige uitgevoerd, en ten laatste een maand later beveelt de rechter verdere gepaste maatregelen.
Wetsvoorstel tot invoering van de omgangsbuddy..
De bedoeling van het snel attitudeonderzoek is vlak na een scheiding te anticiperen, als er signalen zijn van de onwillige houding van één van de ouders. Maar in veel gevallen is dat pas achteraf duidelijk, als na enige tijd de eerste schendingen van het omgangsrecht zich manifesteren.
In de huidige rechtspraktijk worden dan klachten neergelegd, een nieuwe procedure opgestart, of wordt een (langdurend) sociaal onderzoek bevolen. Bijna altijd wordt heel veel tijd verloren.
Senator Guy Swennen wil de rechtbanken een accuraat instrument aanreiken: de omgangsbuddy. Dit is een deskundige die zonder gebonden te zijn aan veel formaliteiten, verregaande bevoegdheden heeft. Hij is tegelijkertijd informatieverstrekker,bemiddelaar, controleur, rapporteur en ‘ waarschuwer ‘ . Het is een persoonlijke assistent, die te velde aangekondigd of onaangekondigd een heel actieve rol speelt. Zo kan hij bij overdrachtsituaties aanwezig zijn om te bemiddelen of vast te stellen wat er mis loopt. Hij moet daarvoor steeds beschikbaar zijn. Hij zal aldus aan de rechter een zeer gedetailleerd beeld kunnen schetsen van welke maatregelen zich opdringen,tot en met de omkering van de verblijfsregeling in geval van acute onwilligheid van één van de ouders. De omgangsbuddy kan zowel schriftelijk, maar ook in een informeel mondeling gesprek, de rechter informeren en adviseren. De rechter beschikt over de bevoegdheid om onverwijld ambtshalve de nodige maatregelen te nemen. De omgangsbuddy wordt voor een bepaalde periode aangesteld,en brengt minstens maandelijks verslag uit bij de rechter over de naleving van de verblijfregeling of de uitoefening van het omgangsrecht.
Voor meer info : Guy Swennen 0475/929551
woensdag, januari 30, 2008
Eerste Kamer bezorgd over Jeugdzorg
http://www.eerstekamer.nl/9324000/1f/j9vvgh5ihkk7kof/vhrzhm833dp9
ONVOORSTELBAAR IN HET HELE KOMMENTAARVERHAAL REPPEN DEZE MENSEN NIET EENS OVER HET FEIT DAT HULPVERLENERS DIENEN TE MELDEN VOORDAT RECHTERS FAMILIERECHT ÜBERHAUPT BESLISSEN OVER GEZAG GEVEN AAN EEN OUDER EENZIJDIG, WAARVAN BEKEND IS DAT DEZE LIJDEN AAN STOORNISSEN ERNSTIGE.
WAT WILLEN ZE DAN DIE POLITICI?
HET GAAT ZO NIET VERANDEREN, OMDAT ER GEEN MELDPLICHT BESTOND OF BESTAAT OOK.
KENNELLIJK WILLEN ZE NIET HEBBEN DAT DE BURGERS VAN DIT LAND WETEN DAT HET IN DUIZENDEN ZAKEN NU FOUT ZIT EN FOUT IS GEGAAN INZAKE GEZAGSTOEWIJZING EENZIJDIG OOK EN JUIST DAARDOOR NU DUIZENDEN KINDEREN LIJDEN LET WEL LIJDEN AAN KINDERMISHANDELING MEEST DOOR DE MOEDERS GEPLEEGD BIJ SCHEIDING OOK.
DAT ONDERZOEK KREGEN ZE OP EEN GOUDSCHAAL AL LANG GELEDEN AANGEBODEN.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
woensdag 30 januari 2008
In een themadebat op 29 januari 2008 over de Jeugdzorg (31.200 XVII) met minister Rouvoet (CU, Jeugd en Gezin) heeft de Eerste Kamer zijn zorgen geuit. De fracties van CDA en ChristenUnie waren het meest positief en verwachtten dat de aanpak van de problemen steeds beter zal lukken. De PvdA-fractie was kritisch, maar gaf het kabinet wel het voordeel van de twijfel. De VVD-fractie had veel kritiek en twijfel of het ooit goed komt met de aanpak van jeugdproblemen.
Horror scenario
Mevrouw Duthler zei namens de VVD-fractie dat haar fractie vier jaar geleden achteraf gezien terecht tegen de nieuwe Wet op de Jeugdzorg (28.168) heeft gestemd. Wij hebben gelijk gekregen: 'de wet is te rigide en te bureaucratisch'. Volgens mevrouw Duthler werken instanties nog steeds langs elkaar heen. Zij vond dat de regering eerst maar eens schoon schip moest maken alvorens weer nieuwe plannen te lanceren. Fel verzette de VVD-senator zich tegen invoering van het Elektronisch Kind Dossier (EKD) voor elk kind. Zij zal zelf binnen enkele weken bevallen en moet er niet aan denken dat er zonder dat zij dit wil een EKD van haar kind wordt aangelegd. Dit zou alleen moeten gebeuren bij kinderen die dreigen te ontsporen, betoogde mevrouw Duthler. Wat de regering wil is een horror scenario voor de VVD. Volgens haar moet het uitgangspunt zijn de eigen verantwoordelijkheid van de ouders. Pas als die de opvoeding niet aankunnen, mag de overheid proberen bij te springen. Zij vroeg ook wat nu de toegevoegde waarde is van het landelijk dekkend netwerk van de nieuwe Centra voor Jeugd en Gezin dat de regering opzet.
Eén geldstroom en één loket
Mevrouw De Vries-Leggedoor legde namens de CDA-fractie de ministers een vurige wens voor van het CDA: er moet voor de jeugdzorg één geldstroom komen en één loket. Ook de CDA-senator vond de huidige organisatie rond de jeugdzorg nog te rigide en te bureaucratisch, maar zij wees op mogelijkheden voor verbetering. Bij twaalf bureaus voor jeugdzorg is de wachttijd met 30 tot 80% verminderd, doordat de bureaus de vrijheid hebben gekregen om het werk zelf in te delen. Het initiatief van de regering om tot Centra voor Jeugd en Gezin te komen juichte de CDA-woordvoerder toe. Zij hoopt dat daarmee het accent meer komt te liggen op het voorkomen van problemen dan op het oplossen van probleemsituaties. In deze centra zouden programma's vrij verkrijgbaar moeten zijn voor ouders die streven naar een competent ouderschap. In een interruptiedebat met haar VVD-collega Duthler ontkende mevrouw De Vries dat de Centra voor Jeugd en Gezin een nieuwe bureaucratische laag vormen naast de Bureaus voor Jeugdzorg bij de provincies. We willen een integrale ketenaanpak volgens het motto één kind, één plan. In het verlengde hiervan pleitte zij voor de introductie van mentoren in de jeugdzorg die jongeren kunnen begeleiden. Een figuur tussen de bestaande voogd en de gezinscoach in, verduidelijkte de CDA-senator. Minister Rouvoet zei in zijn beantwoording dat het gemeenten vrij staat om zulke mentoren in te schakelen.
Niet veel veranderd
Mevrouw Slagter-Roukema (SP) zei dat haar fractie erg tevreden is met de aanstelling van een aparte minister voor Jeugd en Gezin. Het stond al lang op ons politieke verlanglijstje. Tegelijk constateerde mevrouw Slagter dat er sinds de inwerkingtreding van de Wet op de Jeugdzorg nog heel veel niet is veranderd.
De integratie en samenhang zijn nog ver te zoeken, zei mevrouw Slagter. Zij juichte wel de vorming van de Centra voor Jeugd en Gezin toe. We zijn altijd voor hulp dicht bij de burger geweest, zo kort, zo licht, zo nabij en zo tijdig mogelijk. Zij hoopte wel dat de regering weet te voorkomen dat de fouten van de afgelopen jaren weer gemaakt worden. De eenmansfractie Yildirim (afgescheiden van de SP-fractie) verzette zich tegen marktwerking in de (jeugd-)zorg.
Knelpunten
Mevrouw Linthorst (PvdA) prees minister Rouvoet voor het hoge ambitieniveau dat hij ten toon spreidt, maar de onderliggende knelpunten dreigen roet in het eten te gooien. Volgens mevrouw Linthorst vormen de wachtlijst in combinatie met het 'recht op zorg' zo'n knelpunt. In 2007 bedroeg de wachttijd voor een behandelplaats voor gedragsgestoorde jongeren 1,5 tot 2 jaar. Op een behandelplaats voor een licht verstandelijk gehandicapte moest zelfs meer dan twee jaar worden gewacht. Voor een gesloten crisisplaats stonden in het voorjaar van 2007 57 kinderen op de wachtlijst. En dan hebben we het over kinderen die ernstig bedreigd worden of een gevaar voor zichzelf of de omgeving vormen, zei mevrouw Linthorst. Gebrek aan samenwerking is volgens de PvdA-senator ook een knelpunt evenals de bureaucratie. Zo hebben gezinsvoogden maar 17% van de beschikbare werktijd voor telefonisch of feitelijk contact met hun cliënten. Voorts pleitte zij voor doorzettingsmacht bijvoorkeur voor de verantwoordelijke wethouder in een gemeente als hulpverleningsorganisaties er niet uitkomen.
Mevrouw Linthorst vreesde dat het 'recht op zorg' een wassen neus is nu een rechter heeft uitgesproken dat waar geen opvangplaats beschikbaar is dit recht vervalt. Zij hield de minister de dringende vraag voor: geldt de verplichting om zorg te leveren ook als de zorg niet beschikbaar is? Volgens haar is het grote knelpunt de afstemming tussen lokale wensen en provinciale mogelijkheden.
Fundamentele wijziging
Senator Thissen van GroenLinks hield een persoonlijk getint verhaal aan de hand ervaringen van zijn eigen zeventienjarige zoon. Ook illustreerde hij hoe hij in zijn vroegere functie van wethouder vaak machteloos stond, als hulp noodzakelijk was en geen enkele instantie die verleende. Zijn conclusie: het recht op jeugdzorg is loos als het niet is te verzilveren. Er is volgens Thissen te weinig crisisopvangcapaciteit. Het stelsel is te verknipt en veel te bureaucratisch. Eigenlijk een stelsel waar niemand in gelooft. Thissen vroeg waar de drang is om bijvoorbeeld de kindermishandeling te stoppen. Naar zijn mening gaat het al meteen mis in Den Haag zelf waar vier ministeries zijn betrokken bij de jeugdzorg. GroenLinks vindt een fundamentele wijziging van het hele stelsel nodig.
Wettelijke beroepskwalificaties
Woordvoerder Kuiper van de ChristenUnie (mede namens de SGP) zag de toekomst veel zonniger in. Hij vond een stelselherziening helemaal niet nodig. De regering is volgens hem op de goede weg. Het gaat daarbij meer om sturing en zeggenschap dan om het stelsel zelf. Wie is de baas? Kuiper vond ook dat het pleegouderschap gestimuleerd moet worden. Jongeren kunnen vanuit een pleeggezin gewoon blijven meedoen aan de samenleving en opgroeien in een omgeving waarin normale opvoedingsrelaties bestaan. Kuiper hield een pleidooi voor invoering van wettelijke beroepskwalificaties voor maatschappelijk werkers. Dat zou de kwaliteit van de jeugdzorg ten goede kunnen komen.
maandag, januari 21, 2008
Rouvoet: Naleving kinderrechten moet duidelijke plek krijgen........
Rouvoet: Naleving kinderrechten moet duidelijke plek krijgen
http://www.jeugdengezin.nl/nieuwsberichten/2008/naleving-kinderrechten-plek.asp
Nieuwsbericht, 21 januari 2008

De naleving van de rechten van kinderen in Nederland moet beter. Rouvoet onderschrijft deze conclusie van het Jaarbericht Kinderrechten van Unicef en Defence for Children.
Dat zei Rouvoet vandaag toen hij het eerste Jaarbericht Kinderrechten in ontvangst nam. Unicef en Defence for Children International Nederland geven in dit rapport een beeld van de situatie van kinderen in Nederland. Volgens deze organisaties scoort Nederland een onvoldoende op het naleven van de kinderrechten in eigen land. Zij pleiten daarom voor een kinderombudsman. Minister Rouvoet onderschrijft het belang dat kinderrechten blijvend een duidelijke plek moeten krijgen. Maar hij is geen voorstander van het oprichten van opnieuw een apart instituut. ‘Ik ben in gesprek met de Nationale Ombudsman om te kijken hoe de kinderrechten daar een eigen plek kunnen krijgen.’
Rouvoet nam het rapport ‘met gemengde gevoelens aan. Enerzijds betekent het dat ik weer meer informatie tot mijn beschikking krijg over de positie van kinderen in Nederland. Anderzijds is het nooit leuk als er stevige noten worden gekraakt over onderdelen van het jeugdbeleid.’, aldus Rouvoet.
Rouvoet gaf aan dat er de afgelopen jaren al veel is gebeurd op het vlak van kinderrechten. Zoals de invoering van Centra voor Jeugd en Gezin, het Actieplan Aanpak Kindermishandeling waarmee veel eerder signalen van kindermishandeling worden opgepikt en hulpverlening op gang kan komen, maatregelen om voortijdig schooluitval te voorkomen, en extra geld om wachtlijsten in de jeugdzorg tegen te gaan. ‘Maar we zijn er nog niet. Het is mijn persoonlijke missie om de positie van het kind en de jongere verder te versterken.’ Dat kost tijd. ‘Was het maar waar dat je van de ene op de andere dag de resultaten hiervan zichtbaar kan maken. ’
-------------Het lijkt me dat als je als Minister bekend bent met het feit dat in familierecht nota bene ook zonder onderzoek eenzijdig gezag werd en wordt gegeven bij scheiding aan mensen met een ernstige geestesstoornis nota bene, en niet bij één nee bij heel velen blijkbaar, (wat niet mag en kan volgens BW),
en je dan niet begint al met de preventieve maatregel aan de ggz en andere hulpverleners, je wel echt geen weet hebt kennellijk over de -familierechtspraak- Nederland en hoe dat in zijn werk ging in gevallen en nog in zijn werk gaat.
Vele duizenden kinderen onterecht zonder eigen vaders gezet met ziekte als gevolg, c.q. nog erger in gevallen ook zie de zaken Savanna en vele anderen inmiddels.
Geachte Minister, ga nu eindelijk a.u.b. dat familierecht aanspreken en zo ook de manier waarop hier gehandeld wordt met (te verwachten) kinderen doordat letterlijk in zaken de hulpverlening dan maar verzwijgt wat aan de orde is
als zij dat dienen te melden, bij geboorte van kinderen al nota bene!
Die kinderrechten werden en worden op een heel heel vieze wijze geschonden als dat familierecht niet zal veranderen en zal worden toegepast in -het belang van het kind-
Hoe halen ze het in hun botte harsens na waarschuwingen in gedegen studie ook om nog steeds zo te handelen waardoor kinderen letterlijk bij duizenden gaan lijden aan stoornissen, door pure manipulatie door meest de eigen moeders te lande.
Met andere woorden die beslissingen (ook rapportages zie onderzoek Doek waarbij blijkt dat vele vaders onterecht als
zijnde een hoop stront worden behandeld en op grond ook van valse beweringen en valse aantijgingen in zaken),
leiden letterlijk tot KINDERMISHANDELING wat oudervervreemding oplevert.
Schande Minister voor dit land en voor deze misstanden, die men wel degelijk kan voorkomen.
Vertelt u het maar Minister want de verschuiling achter de -onafhankelijke- rechter druipt ervan af, letterlijk,
iedere keer weer.
Rouvoet: Naleving kinderrechten moet duidelijke plek krijgen........
Rouvoet: Naleving kinderrechten moet duidelijke plek krijgen
http://www.jeugdengezin.nl/nieuwsberichten/2008/naleving-kinderrechten-plek.asp
Nieuwsbericht, 21 januari 2008

De naleving van de rechten van kinderen in Nederland moet beter. Rouvoet onderschrijft deze conclusie van het Jaarbericht Kinderrechten van Unicef en Defence for Children.
Dat zei Rouvoet vandaag toen hij het eerste Jaarbericht Kinderrechten in ontvangst nam. Unicef en Defence for Children International Nederland geven in dit rapport een beeld van de situatie van kinderen in Nederland. Volgens deze organisaties scoort Nederland een onvoldoende op het naleven van de kinderrechten in eigen land. Zij pleiten daarom voor een kinderombudsman. Minister Rouvoet onderschrijft het belang dat kinderrechten blijvend een duidelijke plek moeten krijgen. Maar hij is geen voorstander van het oprichten van opnieuw een apart instituut. ‘Ik ben in gesprek met de Nationale Ombudsman om te kijken hoe de kinderrechten daar een eigen plek kunnen krijgen.’
Rouvoet nam het rapport ‘met gemengde gevoelens aan. Enerzijds betekent het dat ik weer meer informatie tot mijn beschikking krijg over de positie van kinderen in Nederland. Anderzijds is het nooit leuk als er stevige noten worden gekraakt over onderdelen van het jeugdbeleid.’, aldus Rouvoet.
Rouvoet gaf aan dat er de afgelopen jaren al veel is gebeurd op het vlak van kinderrechten. Zoals de invoering van Centra voor Jeugd en Gezin, het Actieplan Aanpak Kindermishandeling waarmee veel eerder signalen van kindermishandeling worden opgepikt en hulpverlening op gang kan komen, maatregelen om voortijdig schooluitval te voorkomen, en extra geld om wachtlijsten in de jeugdzorg tegen te gaan. ‘Maar we zijn er nog niet. Het is mijn persoonlijke missie om de positie van het kind en de jongere verder te versterken.’ Dat kost tijd. ‘Was het maar waar dat je van de ene op de andere dag de resultaten hiervan zichtbaar kan maken. ’
-------------Het lijkt me dat als je als Minister bekend bent met het feit dat in familierecht nota bene ook zonder onderzoek eenzijdig gezag werd en wordt gegeven bij scheiding aan mensen met een ernstige geestesstoornis nota bene, en niet bij één nee bij heel velen blijkbaar, (wat niet mag en kan volgens BW),
en je dan niet begint al met de preventieve maatregel aan de ggz en andere hulpverleners, je wel echt geen weet hebt kennellijk over de -familierechtspraak- Nederland en hoe dat in zijn werk ging in gevallen en nog in zijn werk gaat.
Vele duizenden kinderen onterecht zonder eigen vaders gezet met ziekte als gevolg, c.q. nog erger in gevallen ook zie de zaken Savanna en vele anderen inmiddels.
Geachte Minister, ga nu eindelijk a.u.b. dat familierecht aanspreken en zo ook de manier waarop hier gehandeld wordt met (te verwachten) kinderen doordat letterlijk in zaken de hulpverlening dan maar verzwijgt wat aan de orde is
als zij dat dienen te melden, bij geboorte van kinderen al nota bene!
Die kinderrechten werden en worden op een heel heel vieze wijze geschonden als dat familierecht niet zal veranderen en zal worden toegepast in -het belang van het kind-
Hoe halen ze het in hun botte harsens na waarschuwingen in gedegen studie ook om nog steeds zo te handelen waardoor kinderen letterlijk bij duizenden gaan lijden aan stoornissen, door pure manipulatie door meest de eigen moeders te lande.
Met andere woorden die beslissingen (ook rapportages zie onderzoek Doek waarbij blijkt dat vele vaders onterecht als
zijnde een hoop stront worden behandeld en op grond ook van valse beweringen en valse aantijgingen in zaken),
leiden letterlijk tot KINDERMISHANDELING wat oudervervreemding oplevert.
Schande Minister voor dit land en voor deze misstanden, die men wel degelijk kan voorkomen.
Vertelt u het maar Minister want de verschuiling achter de -onafhankelijke- rechter druipt ervan af, letterlijk,
iedere keer weer.
Duitse politie publiceert foto‘s vondeling
Foto's gepubliceerd vondeling.Duitse politie publiceert foto‘s vondeling
HEINSBERG (ANP) - De politie in Heinsberg (Duitsland) heeft maandagmiddag foto‘s gepubliceerd van het pasgeboren baby‘tje, dat zondagavond te vondeling is gelegd in Karken, pal over de grens bij Posterholt (Limburg).
Ook publiceerde de politie foto‘s van de kleding die het jongetje droeg in de hoop dat die worden herkend. Het kind is inmiddels opgevangen door Jeugdzorg in Heinsberg, maakte de politie maandag bekend. Een nog onbekende persoon legde het kind zondagavond om 19.40 uur voor de deur van een woning in Karken, belde aan, en ging er met een auto richting Posterholt vandoor.
Op de foto lijken de handjes van het baby‘tje enigszins uitgedroogd. Volgens de politie is het jongetje overigens in goede gezondheid. Het kind was gekleed in een rompertje, had sokjes en een shirtje aan. ,,Waarschijnlijk heeft buiten de moeder en misschien een mogelijke andere persoon niemand het kind vlak na de geboorte gezien‘‘, zei de woordvoerder van de Duitse politie. ,,Maar wellicht herkennen mensen de kleding van het kind‘‘.
Opsporing Verzocht
De politie Limburg Noord verspreidt maandag via de regionale omroep L1 een extra politiebericht. Dinsdagavond besteedt het tv-programma Opsporing Verzocht aandacht aan de zaak, liet de politie maandagmiddag weten. De mensen die het kind op de stoep voor hun deur vonden zijn volgens de politie erg geëmotioneerd. Ze krijgen geestelijke bijstand.
Mensen die kind of kleding menen te herkennen of andere informatie hebben, kunnen bellen met 0800-2552552.
21.01.08 15:17 ANP
vrijdag, december 21, 2007
woensdag, december 19, 2007
Gelderse aanpak kindermishandeling...
http://www.omroepgelderland.nl/index.php?id=38707&media=audio
Gelderse aanpak kindermishandeling
![]()
ARNHEM - Hulpverleningsinstellingen in Gelderland komen met een voor Nederland nieuw protocol voor de aanpak van kindermishandeling.
Een aantal partijen, zoals de GGZ, het Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming gaan sneller informatie uitwisselen over situaties waarbij kinderen risico's lopen.
Bij de behandeling van volwassenen met psychische problemen wordt voortaan ook gelet op de belangen van eventuele kinderen. Daarbij moet desnoods het beroepsgeheim wijken. Aanleiding voor het protocol is de dood van de Apeldoornse jongen Metahan in...
-----Volgens dit kommentaar waren er geen afspraken op dit terrein met de ggz en andere instanties blijkbaar......
Er wordt nu verklaard dat er geen reden is NIET te melden voor hulpverleners!!
maandag, december 17, 2007
Twee Vandaag over handhaving omgangsregeling
http://www.conseo.nl/kindindeknel/2005/02/twee-vandaag-over-handhaving.php
maandag, februari 07, 2005
Twee Vandaag over handhaving omgangsregeling
Een gescheiden man weet na vier jaar juridische strijd eindelijk een omgangsregeling voor zijn kinderen af te dwingen. Op een gegeven moment besluit zijn ex-vrouw de kinderen niet mee mee te geven. Tot wie kan vader zich dan wenden?
De reportage is gemaakt door Linda van Dort. Eerder werkte zij voor het TROS consumentenprogramma Radar. En als freelancer voor Hart van Nederland en SBS6 Actienieuws. Ook maakte ze items voor CNN World Report. In 1996 won ze de CNN Award voor de beste milieu reportage.
In de uitzending:
- Vader Bas van 't Hoff
- Ruud Luchtenveld is indiener van het initiatief wetsontwerp over scheiden zonder rechter en over de vormgeving van voortgezet ouderschap na scheiding. Hij is lid van de 2e kamer voor de VVD.
- De advocaat van de vader, Jan Martijn Wigman, vindt het wetsvoorstel van Luchtenveld nog lang niet ver genoeg gaan. Op het moment kan een rechter ook een straf opleggen, maar doet dat nooit. Wigman vindt dat deze zaken in de toekomst in het strafrecht behandeld moeten worden. 'Een goede mogelijkheid zou zijn het opnemen in het strafrecht en het niet meewerken aan een omgangsregeling strafbaar te stellen', aldus Wigman. 'Want daarmee geef je een duidelijk signaal af aan mensen die niet mee werken. Die weten wat de sancties zullen zijn. En het openbaar ministerie moet vervolgens zorgen voor handhaving. Ik denk dat dit de problemen grotendeels zal oplossen'.
Daarna een gesprek van Jaap Jongbloed met één van de laatste politieke activisten voor het alleenstaand moederschap, tevens vice president van de rechtbank te Utrecht, Nanneke Quik-Schuijt. In haar fundamentele opvatting is een klein kind voor 100 procent aangewezen op de moeder en niet op de vader. Zij is voorzitter bij de raad voor de kinderbescherming, heeft bestuursfuncties bij de vereniging advocaten scheidingsbemiddelaars en bij de vereniging voor vrijgevestigde psychotherapeuten. In september 2001 maakte ze deel uit van een schaduwkabinet van de Socialistische Partij. Ook heeft ze een nevenfunctie bij een mediatie cursus van een instituut voor psychologen.
In het huidige rechtsproces moet de vader steeds het initiatief nemen om een dwarse moeder tot naleving van afspraken en regels te brengen. In de ogen van de moeder is híj dan de kwade pier. Dat vormt een bron voor ruzie en conflicten tussen de ouders, waarmee de kinderen te maken kunnen krijgen. Beter is wanneer de familie van de vader of het meldpunt kindermishandeling het op zich neemt de ex aan te spreken. Dan kan de vader een vriendelijke rol naar de ex blijven houden.
Wat kan justitie zelf doen om voor de naleving van de eigen rechterlijke uitspraken zorg te dragen? Dat zou vaders ontlasten en dat is wat nodig is. Kan tegelijk met het doen van de uitspraak een boete bij niet naleving worden opgelegd? In elk geval gebeurt het nu te weinig. Een introspectie binnen de rechterlijke- en wetgevende macht is op zijn plaats.
Daarbij is het een goed signaal als het parlement omgangsweigering in het strafrecht brengt. Daarmee geeft zij de handhaving in handen van het openbaar ministerie. België en Frankrijk zijn ons land daarin voor. Eerder bij verkeershandhaving in Nederland zijn bekeuringen met een beroepsmogelijkheid en justitiële incasso uitvoerbaar en effectief gebleken. Het maakte een eind aan jarenlang geharrewar en gepolitiseer binnen justitie over gedogen en strafmaat voor de verschillende typen verkeersovertreders. Maar waar het om gaat is dat duidelijkheid, systematiek en lik op stuk een jarenlang ruziën over naleving tussen gescheiden ouders voorkomt. Dat is nodig voor kinderen en hún belang.
Commentaar van Ghislain Duchâteau (coördinator van het Belgische Samenwerkingsverband van Ouder- en Belangenverenigingen bij Scheiding):
Het was zoals Peter Tromp stelt een uitstekende TROS-uitzending. Het authenticiteitsgehalte lag zeer hoog. In zijn volle omvang werd de vader-ellende van Bas van 't Hof en de uitzichtloosheid van zijn situatie naar zijn kind toe geschetst.
Hoe is die situatie toch zo gegroeid in Nederland? Frustratie van omgang is er geen misdrijf. Het komt ons onvoorstelbaar voor dat rechters het belang van het kind inroepen om vaders de toegang tot hun bloedeigen kind te weigeren.
Ghislain Duchâteau
Peter Tromp legt de vinger op de wonde, toont heel duidelijk de verkeerde ingesteldheid van de rechter aan als hij m.b.t. het gesprek met Familierechter Mevrouw Quik-Schuijt aan mij schrijft:
"De uitzending heeft met name in het interview met mw. Quik-Schuijt goed blootgelegd, waar het probleem nu al 30 jaar ligt, namelijk de onwil en discriminatie van de rechterlijke macht naar vaders en kinderen. Vaders worden niet belangrijk voor hun kinderen gedacht, alleen moeders zijn belangrijk. Dus doet men gewoon niets anders als roepen dat het ze zo ter harte gaat. Alleen lippendienst."
Het ware belang van het kind ligt in het duurzaam contact met elk van zijn beide ouders na scheiding. Dat de Nederlandse rechters dat dan toch eens eindelijk gaan inzien! De Nederlandse politieke overheid moet zoals in België zich eens ernstig en diepgaand bezinnen om de ouderproblematiek bij scheiding effectief aan te pakken en op die manier de eindeloze drama's zoals wij ze meemaakten in de uitzending doen ophouden, voorkomen. Enkel dan zal in Nederland een humanisering van het familieleven tot stand komen.
Bron: Goudi: Slepende strijd voor omgangsrecht in Nederland
Noot: Jan Marijnissen van de Socialistische Partij heeft de redactie van Kindindeknel op zaterdag 26 februari laten weten dat "de in het Burgerlijk Wetboek vastgelegde regeling voor de SP niet voldoet, vooral als één van de beide partners er op uit is het omgangsrecht te saboteren. Daarom vind de SP het wetsvoorstel van de heer Luchtenveld (VVD) een goed voorstel en zal dit steunen in de Tweede Kamer."
-----
http://www.conseo.nl/kindindeknel/2005/02/twee-vandaag-over-handhaving.php
Ben jij mijn vader?
Artikel Volkskrant.
Ben jij mijn vader?
De Volkskrant; 14 december 2007
Vier op de tien kinderen van gescheiden ouders verliest het contact met de biologische vader. Via de Fiom gaan ze alsnog op zoek, vaak als ze zelf vader of moeder worden. ‘Mijn vader is het toefje slagroom.’
Door Margreet Vermeulen
Actie van ‘fathers for justice’, die een omgangsregeling met hun kinderen willen, in 2005 in Den Bosch; Foto Marcel van den Bergh / de Volkskrant (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave.)
Is dit mijn vader? Wat een leuke vent! Ik had de nacht ervoor nog gedroomd dat het een vadsige kerel zou zijn met een bierfles in de hand.’
Lizzy Berk was een dreumes van twee toen haar ouders uit elkaar gingen. Haar moeder frustreerde de omgangsregeling en het zou 25 jaar duren voordat Lizzy haar vader weer ontmoette - in een spreekkamertje van de Fiom in Zwolle, ‘Hij had een schoenendoos onder de arm met alle ansichtkaarten die hij mij had gezonden en die mijn moeder in stukjes verscheurd had teruggestuurd.’
Jaarlijks zijn dertigduizend kinderen betrokken bij een echtscheiding. vier op de tien raakt het contact met vader kwijt. Daarnaast wordt 1 op de 3 kinderen buiten het huwelijk geboren. Als zon relatie stukloopt, merkt de vader vaak dat hij geen enkel recht heeft op contact met zijn kroost.
Het toenemend aantal scheidingen leidt ertoe dat de Fiom, een Organisatie die hulp biedt bij levensvragen als abortus en adoptie, steeds vaker verzoeken krijgt van kinderen om vaders op te sporen die door een (echt)scheiding uit beeld zijn geraakt. ‘De tijdgeest verandert’, signaleert Tom Hendriks van de Fiom in Zwolle. ‘Tot ver in de vorige eeuw leefde het onuitgesproken idee dat mannen niet strikt noodzakelijk waren voor de opvoeding.’ Ook bij de Fiom, dat zich van oudsher richt op hulp aan moeder en kind, kwam de verwekker in het verhaal lange tijd niet voor. ‘Maar opgroeien zonder vader is een gemis. Alleen al het feit dat je de helft van je genetische pakket niet kent.’
Dat mannen nog niet zo lang serieus worden genomen als het om hun vaderrol gaat, blijkt volgens Hendriks uit de besmuikte reacties op acties van mannen die een omgangsregeling eisen met hun kind. ‘Zo’n man die in een supermanpak aan een kerktoren hangt, roept lacherige reacties op. Maar als een moeder haar kinderen zo erg mist dat ze in een raar pakje een kerktoren beklimt, vinden we dat hartverscheurend.’
Lizzy Berk had een inktzwart beeld van haar vader. Haar moeder had verteld dat papa geregeld vreemd ging, dat hij losse handjes had en dat hij zelfs een keer een sigaret had uitgedrukt op de hand.
Maar er zijn ook mannen die dolblij zijn als ze worden opgespoord door hun kind. Dat overkwam Lizzy Berk. ‘Hij sprong een gat in de lucht. En zijn huidige vrouw erbij. Hij had heel graag een omgangsregeling gewild, zo bleek. Hij heeft pakken brieven en kaarten ge. stuurd. Maar mijn moeder stuurde alles terug. Op één briefkaart had ze mij als kind zelfs laten schrijven: wil geen contact. Dat was ik helemaal vergeten. Mijn vader gaf het op toen ik een tiener was -in de hoop dat ik zelf op zoek zou gaan als ik oud genoeg was.’
De wetgeving rond kinderen die betrokken zijn bij een echtscheiding is pas de afgelopen decennia verbeterd. In 1990 werd het omgangsrecht ingevoerd dat vaders en moeders het recht geeft hun kinderen te blijven zien. Vanaf 1998 blijven na het huwelijk beide gescheiden ouders gezag over hun kinderen houden. Maar de praktijk is weerbarstig.
Terwijl het besef groeit dat vaders er toe doen in de opvoeding, stijgt het aantal kinderen dat zonder (biologische) vader opgroeit. Ruim 630 duizend kinderen wonen in een eenoudergezin (voor het overgrote deel moeders) en nog eens 400 duizend kinderen wonen in een stiefgezin (veelal de moeder met een nieuwe partner). Bijna een miljoen kinderen groeit dus op zonder dat ze bij hun biologische vader wonen. In hun boek Liefde a la carte schrijven de sociaal demograaf Jan Latten en de Volkskrant-journaliste Malou van Hintom dat we in een overgangsfase zitten: op weg naar een maatschappij waarin de vrouwen steeds meer de rode draad zijn in het leven van kinderen - oftewel de moedermaatschappij.
John van der Meide, die vergeefs contact zocht met zijn vader, hoopt dat de auteurs ongelijk hebben. ‘Het zijn misschien simpele dingen die je mist: een vader die je voordoet hoe je je moet scheren, met wie je over auto’s kunt praten en die op zondag naar het voetbalveld komt als je moet spelen. Toch is dat belangrijk Ik ben een tijdje in therapie geweest waar ze een rollenspel met me deden. Opeens stond ik als het ware oog in oog met mijn vader. Ik voelde zo’n woede. Ik dacht: ik sla die man neer. Het ontbreken van een vader heeft mijn hele leven op zijn kop gezet.’
Ook bij de Fiom zijn ze niet blij met het ontluiken van een ‘moedermaatschappij’. Kinderen die zonder vader opgroeien, zijn in het nadeel. Volgens de website “Kind in de knel” toont Brits onderzoek aan dat vaderloze kinderen minder succes op school hebben, vaker drugs gebruiken en met meer psychische problemen kampen.
De meeste vaderzoekers zijn tussen de 18 en 35 jaar. Vaak wordt de speurtocht pas serieus in gang gezet als de vaderzoeker zelf vader of moeder wordt. Angelique van der Beek voltooide de speurtocht naar haar vader toen ze 26 was en zwanger. Dat was geen toeval. ‘Je wilt het ene boek sluiten voordat je aan het nieuwe begint.’
Op tafel liggen foto’s van haar vader toen Angelique drie jaar was, kort voordat haar moeder hem de deur uit zette. Een hippe, jonge vent in bruin corduroy met halflang haar en bakkebaarden blikt in de lens. ‘Toen mijn opa hoorde dat ik mijn vader ging zoeken zei hij: kind, begin er niet aan. Ik draai me nog om in mijn urn. Het is een klootzak.’ En haar moeder zei: ga je gang, maar hou mij erbuiten.
Angelique begon de speurtocht heel voorzichtig toen ze vijftien was. Ze was nieuwsgierig naar de man die ze sinds haar derde niet had gezien. ‘Hij weet dat ik besta. Waarom komt hij niet naar me toe?’ Ze achterhaalde zijn adres, maar toen ze eenmaal de moed had gevonden er naartoe te gaan was de vogel gevlogen. ‘Hij was inmiddels opnieuw gescheiden. En die vrouw wilde niets kwijt. Ze wilde mij niet belasten met haar nare verhalen, zei ze.’
Angelique zette de speurtocht een paar keer stil. ‘Want ik wist niet goed wat ik wilde. Wilde ik alleen maar weten waar hij woonde of hem een keer zien lopen? Of echt contact?’ Het zou nog negen jaar duren voordat ze eruit was en pas toen schakelde ze - met succes - de Fiom in.
Sinds vorig jaar zomer mailt Angelique met haar vader die inmiddels in Spanje woont. ‘Hij was ontroerd dat ik hem had gevonden. Hij zat met tranen in zijn ogen achter de computer. Zei hij.’
Angelique is op haar hoede. Ze heeft haar vader op het advies van de Fiom alleen een hotmailadres gegeven. ‘Ze zeiden: zodra je je mailadres, huisadres en telefoonnummer geeft, is hij onderdeel van je leven. En wil je dat?’
‘Zover ben ik nog niet. Ik wil niet dat hij zomaar kan bellen of opeens voor de deur staat. Dat wil ik niet voor de kinderen. Maar ook niet voor mezelf. Ik heb geen haast. Ik heb een gezin. Mijn leven is compleet. Mijn vader is het toefje slagroom.’
Wel barst ze van de vragen. Waarom hij haar nooit heeft opgezocht, staat met stip bovenaan. ‘Daar wil hij alleen persoonlijk antwoord op geven. Als hij me aan kan kijken. Dus dat moet wachten. Wel heeft hij gemaild dat hij jong was en stom en dat hij het meest kostbare in zijn leven heeft weggegooid. Letterlijk mailde hij dat hij bij mij en mijn moeder had moeten blijven.’
Angelique weet niet of ze dat moet geloven. ‘Hij heeft na mij nog een zoon gekregen bij een andere vrouw Daar heeft hij ook geen contact mee. Dat maakt me een beetje achterdochtig.’
Heel wat zoekers die de hulp van de Fiom inschakelen, vinden hun vader. Een naam en een geboortedatum zijn meestal al voldoende. Maar of het hernieuwde contact een succes wordt, is een gok.
‘Soms is er die klik’, vertelt Tom Hendriks die als Fiom-medewerker getuige is geweest van tientallen herenigingen. ‘Dan vallen alle puzzelstukjes op hun plek. Soms blijft men vreemden voor elkaar. Dan zie je ze denken: ben jij mijn vader? Dan klopt het beeld dat men van zijn of haar vader heeft niet met de werkelijkheid.’
Als vaders en kinderen elkaar meteen de eerste keer huilend in de armen vallen, is dat evenmin een garantie. ‘Het duurt een paar jaar voordat je kunt zeggen of de hereniging een succes is’, aldus Hendriks. ‘Hoe dan ook betekent zo’n hernieuwd contact een aardverschuiving op je persoonlijke landkaart.’
Op de eettafel spreidt Angelique foto’s uit van haar vader zoals hij er nu uitziet. Een onopvallende man. Een doorsnee vijftiger met dun grijs haar. ‘Ik voel er niets bij. Nog niet, tenminste’, grinnikt Angelique. ‘Als je me vertelt dat het de buurman is, geloof ik het ook.’
Lizzy Berk heet in werkelijkheid anders.
zondag, december 02, 2007
(Ps)Kindermishandeling moet eerder worden aangepakt.......melden alleen levert niks op.
Kindermishandeling eerder gemeld
Nos - 29 nov 2007
Artsen zullen met ingang van volgend jaar eerder alarm slaan als ze denken dat er een kind mishandeld wordt. De artsenorganisatie KNMG is bezig om de ...
Beroepsgeheim arts wijkt
Algemeen Dagblad - 28 nov 2007
Artsen moeten vanaf volgend jaar vaker aan de bel trekken als zij vermoeden dat een kind slachtoffer is van mishandeling. Gezondheidscentrum Stratum waar ...
Belang van mishandeld kind gaat voor
Algemeen Dagblad - 28 nov 2007
UTRECHT - De meldcode die artsen moet helpen bij de aanpak van kindermisbruik, is veel te vrijblijvend. Daardoor worden lang niet alle mogelijke gevallen ...
Arts moet kindermishandeling eerder
Blog.nl - 30 nov 2007
Artsen moeten vanaf volgend jaar eerder aan bel trekken als zij vermoeden dat een kind slachtoffer is van mishandeling. Zij kunnen zich niet langer ...
Zoek in dit item Trefwoorden Soort zoekopdracht
NOS Headlines - 29 nov 2007
Een kinderarts moet sneller aan de bel trekken als 'ie denkt dat een patiëntje wordt mishandeld. Vanaf 1 januari worden de regels voor het melden van ...
Arts moet kindermishandeling eerder melden
Nieuws.nl - 29 nov 2007
(Novum) - Artsen moeten kindermishandeling eerder kunnen melden. De meldcode voor artsen in het geval van kindermishandeling is nu te vrijblijvend. ...
maandag, november 26, 2007
Rouvoet over jeugdbescherming: méér hulp, minder papier
http://www.jeugdengezin.nl/nieuwsberichten/2007/jeugdbescherming-meer-hulp.asp
Nieuwsbericht, 26 november 2007

Leidinggevenden in de jeugdzorg en jeugdbescherming moeten niet onnodig krampachtig reageren op gebeurtenissen in de jeugdsector. Zeker als die reactie voornamelijk bestaat uit meer papierwerk. Daarmee worden kinderen niet sneller geholpen.
Deze oproep deed minister André Rouvoet vandaag aan medewerkers van de Jeugdbescherming, tijdens een congres over de jeugdbescherming in Amsterdam. Rouvoet ging in op het effect van incidenten op de medewerkers in de jeugdzorg en jeugdbescherming. 'Ik weet dat sommige organisaties van hun medewerkers verwachten dat ze nóg meer dan voorheen rapporteren. Om toch vooral geen fouten te maken. Een begrijpelijke reactie, maar het betekent wel een extra belasting voor de medewerkers en een vertraging van de hulpverlening aan kinderen en ouders.’
De minister wil een werkwijze waarbij sneller een besluit wordt genomen als een kind bij de jeugdbescherming in beeld komt. Wanneer er bij Bureau Jeugdzorg een signaal is gekomen dat het met de ontwikkeling van een kind niet goed gaat, kan het nu voorkomen dat een kinderrechter pas na een jaar uitspraak doet. Die termijn kan terug naar twee maanden. In zeven proefprojecten is een nieuwe werkwijze uitgeprobeerd, die laat zien dat dit haalbaar is. Vanaf 2008 zal die werkwijze in het hele land worden ingevoerd. Het is voor het eerst dat een dergelijke normtijd gaat gelden voor drie organisaties samen: Bureau Jeugdzorg, Raad voor de Kinderbescherming en de kinderrechter.
Rouvoet bestreed in zijn toespraak dat jeugdbeschermers de laatste tijd sneller en soms onnodig om een uithuisplaatsing vragen. ‘Dat zal een enkele keer gebeuren, maar het algemene beeld klopt niet. Het aantal kinderbeschermingsmaatregelen en het aantal gevraagde machtigingen voor uithuisplaatsing houden ongeveer gelijke tred met het aantal nieuwe zaken bij de Bureaus Jeugzorg’, aldus Rouvoet.
Kinderen eerst
Dat is de richting die Rouvoet op wil. Daarom stelt hij voor de kinderbeschermingswetgeving zo te wijzigen, dat het mogelijk wordt om kinderen ook bij relatief lichte problemen onder toezicht te stellen. Rouvoet wil daarom de bepaling dat een ouder moet instemmen met een gezagsbeëindiging, uit de wet schrappen.
Als de kinderrechter een beschermende maatregel heeft uitgesproken, moet een voogdij- of gezinsvoogdijwerker sneller aan de slag dan nu het geval is. Zo wil Rouvoet dat het eerste fysieke contact tussen de uitvoerende werker en het gezin al binnen vijf dagen tot stand komt. Nu kan dat maanden duren. Verder zal de gezinsvoogdijwerker meer zeggenschap krijgen. Mochten ouders of een kind een schriftelijke aanwijzing van een gezinsvoogdijwerker negeren, kan in de toekomst de rechter deze aanwijzing bekrachtigen. Als de ouders dan nog steeds niet handelen conform de aanwijzing, kan de rechter in het uiterste geval de gebruikelijke civiele dwangmiddelen inzetten en besluiten dat het kind uit huis wordt geplaatst.
‘In Rotterdam wonen 6.000 Maasmeisjes’ Wethouder wil harder ingrijpen
http://www.nrc.nl/binnenland/article719363.ece/In_Rotterdam_wonen_6.000_Maasmeisjes
Interview met wethouder Geluk Rotterdam.
Vandaag stond er een stuk in de krant wat het OM heeft ge-eist voor straf
voor de vader van het -Maasmeisje-
zaterdag, november 24, 2007
Microsoft SLUIT pro-anasites en terecht ook!
http://weblogs.nrc.nl/weblog/klaver/2007/11/23/microsoft-sluit-pro-ana-weblogs/#comment-36149
Eindelijk. Nederland en overheid waar blijft u?

