zaterdag, november 22, 2008
vrijdag, september 05, 2008
ARTS MOET MELDEN
MIJN KOMMENTAAR STAAT ERTUSSEN in het rood.
http://www.nrc.nl/binnenland/article1972302.ece/Arts_moet_vermoeden_kindermishandeling_melden
Gepubliceerd: 4 september 2008
Amsterdam, 4 sept. Artsen moeten het voortaan melden bij het advies- en meldpunt Kindermishandeling (AMK) als zij vermoeden dat een kind wordt mishandeld door zijn ouders. Zij moeten ‘spreken, tenzij’ in plaats van te ‘zwijgen, tenzij’. De zogeheten zorgplicht voor het kind zal zwaarder wegen dan het beroepsgeheim van de arts.
En wie gaat controleren of artsen en andere hulpverleners zich eraan (wensen) te houden?
En als blijkt dat zij net als in het verleden zich er NIET aan houden of gehouden hebben bij vermoedens van
(ps) kindermishandeling?
Achtergrond - Het kind is belangrijker dan de ouders
Nieuws - Voogd Savanna vrijgesproken
Dit staat in de nieuwe meldcode voor artsen die de artsenvereniging KNMG vandaag presenteerde en die de pas zes jaar oude meldcode vervangt. Volgens voorzitter Peter Holland van de KNMG zijn „ontwikkelingen in de samenleving”, zoals de dood van twee kinderen – Savanna en ‘het meisje van Nulde’, aanleiding de code te verbeteren.
„Er is nu veel aandacht voor kindermishandeling en er is zelfs een minister voor. Er worden jaarlijks wel 100.000 kinderen mishandeld, van wie er maar 17.000 worden gemeld bij het AMK. Van hen zijn er slechts 350 door een arts gemeld. Wij willen onze verantwoordelijkheid nemen.”
Artsen worden geacht alleen nog te zwijgen als ze denken dat ze door melding zelf gevaar zullen lopen of dat de ouders het mishandelde kind daardoor niet meer naar een arts zullen brengen. De code schrijft voor dat artsen hun twijfels over de toedracht van blauwe plekken of wonden moeten bespreken met collega’s en vervolgens met het AMK.
In de praktijk gaat het om huisartsen, kinderartsen, kinderchirurgen, kinderpsychiaters, jeugd- en consultatiebureau-artsen en poortartsen van de spoedeisende hulp van ziekenhuizen. Zij zullen nascholing krijgen om kindermishandeling sneller te zien.
Zijn de artsen niet bang dat ouders – ook ouders die hun kind niet mishandelen – artsen zullen mijden uit angst om van mishandeling te worden verdacht? Holland: „Geen enkele constructie werkt perfect, er zullen altijd compromissen zijn. Dat kan betekenen dat soms onschuldige ouders worden verdacht van mishandeling.” Signalering draait volgens hem om een optelsom van factoren: herhaaldelijk blauwe plekken, een zwak milieu en spanningen thuis.
EN DAARBIJ UITERAARD DE RISICO'S ALS ER SPRAKE IS VAN ERNSTIGE GEESTESSTOORNISSEN ZOALS BIJVOORBEELD
ERNSTIG BORDERLINESYNDROOM EN KENMERKEND GEDRAG EN HANDEL EN WANDEL MAG IK AANNEMEN.
ANDERS BLIJFT PER AUTOMATISME GEZAG AAN ZULKE MOEDERS VERVALLEN
WAT ALTHANS VOLGENS DAT BURGERLIJKE WETBOEK KENNELLIJK NIET MAG OF KAN DAN.
HOE DENKEN ZE IN DE TWEEDE KAMER DIE ENORME HOOP ELLENDE TE GAAN OPLOSSEN ALS ZE GEEN VERPLICHTING STELLEN OM TE MELDEN VOORDAT EEN RECHTER FAMILIERECHT DAT GEZAG WENST TE GEVEN ÜBERHAUPT?
DAARNA ZITTEN ZE MEEST ZONDER EIGEN VADERS (OOK ONTERECHT) MET ALLE GEVOLGEN VOOR KINDEREN OOK
OP LATERE LEEFTIJD.
GEVALLEN VAN UITHUISPLAATSING WAT DAN NODIG IS
GEVALLEN VAN BEGELEIDING VAN DE MOEDER EN KIND ALLEEN (TERWIJL EERST VADERS KINDEREN NIET KONDEN ERKENNEN OMDAT ZULKE MOEDERS GEWOONWEG DE HANDEN BOVEN HET HOOFD WERDEN GEHOUDEN OOK NOG EENS)
DE ADVIEZEN WAT WEL TE DOEN STONDEN ALLANG OP WWW.BPDCENTRAL.COM
ONDER ANDERE
DAT REGELTJE HIER DAT MOEDERS PER AUTOMATISME BIJ GEBOORTE AL GEZAG HEBBEN IS WAANZIN IN DIE ZAKEN
EN OVERIGENS EIGENLIJK IN ALLE ZAKEN AANGEZIEN ZE VELE VADERS LIETEN BENADELEN DOOR DE ERKENNING OOK ONTERECHT NIET TOE TE STAAN
WAARHEIDSVINDING DEDEN ZE DAN MAAR NIET MEER AAN
VERKLARINGEN VAN VELE MOEDERS WORDEN NIET GEKONTROLEERD EN AAN WAARHEIDSVINDING ONDERWORPEN
BIZAR.
EN DISCRIMINEREND EN KINDERBESCHADIGEND IN VELE GEVALLEN OOK
ZIE GARDNER WWW.RGARDNER.COM
ONDER ANDERE
VERVREEMDING VAN VADERS IS HET GEVOLG EN DAT IS GEWOONWEG ALS HET ONTERECHT IS KINDERMISHANDELING.
zondag, juli 13, 2008
Nader voorlopig verslag van 8 juli 2008 van de vaste commissie van Justitie van de Eerste Kamer etc.
Memorie van Antwoord van Justitie aan de Eerste Kamer van 6 juni 2008 Vaderkenniscentrum - VKC Nr. 109 - Wetsvoorstel 30145 - Voortgezet ouderschap na scheiding De "Memorie van Antwoord" was op zijn beurt weer een reactie van de Minister van Justitie op het eerdere "Voorlopig Verslag" van de Vaste Commissie van Justitie van de Eerste Kamer van 9 oktober 2007. Zie daarvoor:
Voorlopig Verslag van 9 oktober 2007 van de Vaste Commissie van Justitie van de Eerste Kamer Vaderkenniscentrum - VKC Nr. 36 - Wetsvoorstel 30145 - Voortgezet ouderschap na scheiding Het Wetsvoorstel 30145 op het Voortgezet Ouderschap na Scheiding zelf tenslotte, zoals dat op 12 juni 2007 door de Tweede Kamer voor behandeling naar de Eerste Kamer werd gestuurd vindt u op:
Eindversie van het Wetsvoorstel 30145 (Voortgezet Ouderschap na Scheiding) zoals op 12 juni 2008 in de Tweede Kamer aangenomen en naar de Eerste Kamer gestuurd werd Vaderkenniscentrum - VKC Nr. 21 - Wetsvoorstel 30145 - Voortgezet Ouderschap na Scheiding Momenteel is de Eerste Kamer met Zomerreces tot en met 8 september 2008 (de eerste vergadering is op 9 september), waarna de behandeling van dit wetsvoorstel zal worden hervat. Peter Tromp Vaderkenniscentrum EERSTE KAMER DER STATEN-GENERAAL
Vergaderjaar 2007 - 2008
30145 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met het bevorderen van voortgezet ouderschap na scheiding en het afschaffen van de mogelijkheid tot het omzetten van een huwelijk in een geregistreerd partnerschap (Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding)
Samenstelling Vaste Commissie van Justitie van de Eerste Kamer [2] NADER VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR JUSTITIE Vastgesteld 8 juli 2008
De memorie van antwoord heeft de commissie aanleiding gegeven tot het maken van de volgende nadere opmerkingen en het stellen van de volgende nadere vragen.
Inleiding
De leden van de VVD-fractie waarderen de uitgebreide beantwoording van de door hen gestelde vragen in het voorlopig verslag. Zij hebben nog de volgende vraag.
De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling de uitvoerige beantwoording van de gestelde vragen gelezen. Toch hebben zij nog enige aanvullende vragen, die deels zijn opgeroepen door het promotie-onderzoek van mevrouw Jeppesen de Boer dat, tijdens het lange uitblijven van de beantwoording door de regering, is gepubliceerd.
De leden van de SP-fractie achten hun vragen in grote lijnen zeer bevredigend beantwoord, waarvoor dank. De memorie van antwoord roept echter toch twee (nieuwe) vragen op.
Rol bijzondere curator
De leden van de VVD-fractie is nog onvoldoende duidelijk wat nu eigenlijk de bedoeling van de regering is met betrekking tot de belangrijker rol die de bijzondere curator moet gaan spelen. Kan de regering de leden van de VVD-fractie nog eens een heldere uiteenzetting geven over c.q. toelichting geven op de plannen met betrekking tot de bijzondere curator inclusief de uitwerking ervan - plus kosten - in de praktijk?
Gelijkwaardig ouderschap versus belang van het kind De leden van de PvdA-fractie onderkennen, dat enerzijds het gezamenlijk ouderlijk gezag en anderzijds het (voortgezet) ouderschap, ouderlijke zorg- en opvoedingstaken en omgangsregelingen, gedeeltelijk samenvallende maar op onderdelen te onderscheiden begrippen zijn. Als deze leden het goed hebben begrepen, ziet het ouderschapsplan zoals genoemd in dit wetsvoorstel uitdrukkelijk niet op het eerste begrip, maar wel op de overige begrippen. Is dit juist?
In het promotie-onderzoek van mevrouw Jeppesen de Boer wordt aangetoond, dat voortzetting van het gezamenlijk ouderlijk gezag niet altijd in het belang is van het kind. Zo dat een juiste conclusie is: zou dat dan niet tevens consequenties moeten hebben voor het voortgezet ouderschap, i.c. de zorg- en opvoedingstaken en de omgangsregeling? Kan de regering in dit kader nog eens nader toelichten, waarom de beperkende formulering van artikel 377a niet in strijd zou zijn met de formulering van artikel 3, lid 1 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)? (Bij alle maatregelen betreffende kinderen, ongeacht of deze worden genomen door openbare of particuliere instellingen voor maatschappelijk welzijn of door rechterlijke instanties, bestuurlijke autoriteiten of wetgevende lichamen, vormen de belangen van het kind de eerste overweging.)
Is de vrees van de Webgroep Bezorgde Moeders, dat “van de nieuwe wet met haar nadruk op ‘gelijkwaardig ouderschap’ verwacht mag worden dat zij de belangen van kinderen nog verder zal ondergraven omdat er nog vaker tot een omgangsregeling besloten zal worden (…) ook in gevallen waarbij sprake was van huiselijk geweld tijdens het huwelijk, van het voortzetten van mishandeling of seksueel misbruik van de kinderen of mishandelen van de moeder als de kinderen worden overgedragen tijdens een omgangsregeling” ongegrond?
Kan de regering overigens aangeven of zij overweegt om de uitkomsten van studie van mevrouw Jeppesen de Boer in komende wetgeving te betrekken? Zo nee, waarom niet?
Een ouderschapsplan in een eerder stadium
De leden van de PvdA-fractie hebben al eerder aangegeven het opstellen van een ouderschapsplan een goede zaak te vinden. Wel zouden deze leden graag zien, dat het instrument effectiever zou kunnen worden ingezet. In dit verband vroegen zij de minister van Justitie of hij bereid was met zijn collega voor Jeugd en Gezin te overleggen, of onder meer het door Schonewille voorgestelde ouderschapsplan ten tijde van het aangaan van een huwelijk of ander samenlevingsverband tot een grotere effectiviteit zou kunnen leiden dan het nu in te voeren ouderschapsplan ten gevolge van een echtscheiding. De minister van Justitie antwoordt daarop, dat hij de ontwikkelingen eerst eens af wil wachten en daarna de hele echtscheidingsketen in ogenschouw wil nemen. Echter het voorstel van Schonewille heeft nu juist betrekking op een fase die – naar deze leden hopen – nog niet in de echtscheidingsketen is gelegen en mogelijk niet tot een echtscheiding behoeft te leiden, als het advies zou worden uitgevoerd. Een ouderschapsplan kan ook op een niet gejuridiseerde wijze worden bekeken. Dit nu hoort bij uitstek bij het programmaministerie voor Jeugd en Gezin thuis. Wil de regering haar afwijzende antwoord in deze nog eens heroverwegen?
Administratieve scheiding
De regering is niet ingegaan op de vraag van de leden van de PvdA-fractie, of ook zij vindt, dat het massale gebruik van de flitsscheiding illustreert, dat er een evidente maatschappelijke behoefte bestaat aan een eenvoudige (administratieve) scheiding.
Deze leden menen in de brief van de minister van Justitie van 28 maart 2007[1] gelezen te hebben, dat een administratieve scheiding goed mogelijk zou zijn, mits maar een constitutieve beslissing ter zake zou worden genomen. Daaruit menen zij te mogen afleiden, dat dit kabinet niet afwijzend staat tegenover een dergelijke administratieve scheiding. In de memorie van toelichting echter wijst de regering deze mogelijkheid rigoureus af: “dit kabinet is niet voornemens…” Hoe moeten deze leden deze tournure – op zijn minst in toonzetting - verstaan? Kent de regering wellicht onderzoeken onder de bevolking, die uitwijzen dat er geen behoefte aan een vorm van administratieve echtscheiding zou bestaan?
Mediation en jeugdzorg
In de paragraaf Mediation en jeugdzorg wijdt de regering enige woorden aan de kosten van – kort gezegd - forensische mediation. Deze dienen door partijen gezamenlijk gedragen te worden. Zij vallen niet onder het regime van mediation naast rechtspraak. Deze vorm van door de rechtbank opgedragen mediation, voorheen ook wel deskundigenbericht met gebruikmaking van mediation genoemd en, naar de leden van de SP-fractie zich hebben laten vertellen, thans “ouderschapsonderzoek” geheten, is een voor rechters buitengewoon belangrijk hulpmiddel om onwillende ouders toch, zij het onder enige dwang, aan tafel te krijgen om na te denken over de, in verband met hun scheiding noodzakelijke, regelingen voor hun kinderen. De kosten zijn hoog, €3500,- of meer, en vormen voor ouders die toch eigenlijk al niets willen – ze zijn immers niet bereid een mediationtraject in te stappen – veelal een goede reden om niet zelf na te denken over hun kinderen. De rechter moet de knoop dan maar doorhakken. Dat dit niet in het belang van de kinderen is is zonneklaar.
Nu zegt de regering dat de bepaling in artikel 284 lid 1 Rv dat “de artikelen 195, 199 en 200 Rv van overeenkomstige toepassing zijn in verzoekschriftprocedures, tenzij de aard van de zaak zich hiertegen verzet” ruimte geeft om in het belang van het kind een forensisch mediator aan te wijzen zonder partijen hiervoor een voorschot te vragen en in debet te stellen. De vraag van de leden van de SP-fractie is nu: door wie worden die kosten uiteindelijk gedragen? Wordt alsnog een van de partijen of beide ouders in de kosten veroordeeld, of blijven deze kosten ten laste van ’s Rijks kas?
Relatie met Brussel IIbis
Voorts roept de memorie van antwoord, artikelsgewijs commentaar, nog de volgende vraag op. De regering merkt ten overvloede op dat een beschikking inzake het omgangsrecht op grond van Brussel IIbis met een certificaat maar zonder exequatur in andere EU-lidstaten ten uitvoer kan worden gelegd. De theorie is de leden van de SP-fractie bekend. Zij zouden echter graag iets horen over de praktijk. Ligt hier een taak voor de Centrale Autoriteit, onderdeel van het ministerie van Justitie, en zo ja, hoe komt het dat het in voorkomende gevallen de Centrale Autoriteit niet lukt om nakoming van een beschikking van de Nederlandse rechter af te dwingen? Graag ontvangen deze leden hier duidelijkheid over.
De leden van de commissie zien de reactie van de minister met belangstelling tegemoet.
De voorzitter van de commissie Justitie, Van de Beeten De griffier van de commissie, Kim van Dooren
[1] Kamerstuk 30145, nr. 9 onder 2
[2] Samenstelling Vaste Commissie van Justitie van de Eerste Kamer:
Holdijk (SGP)
Dölle (CDA)
Tan (PvdA)
Van de Beeten (CDA) (voorzitter)
Broekers-Knol (VVD)
De Graaf (VVD)
Kneppers-Heynert (VVD)
Kox (SP)
Westerveld (PvdA) (vice-voorzitter)
Russell (CDA)
Engels (D66)
Franken (CDA)
Peters (SP)
Quik-Schuijt (SP)
Haubrich-Gooskens (PvdA)
Ten Horn (SP)
Janse de Jonge (CDA)
Koffeman (PvdD)
Böhler (GL)
Van Bijsterveld (CDA)
Strik (GL)
Lagerwerf-Vergunst (CU)
Rehwinkel (PvdA)
Duthler (VVD)
Yildirim (Fractie-Yildirim)
donderdag, juni 12, 2008
http://www.bnr.nl/archief?url=/csFdArtikelen/WEB-BNR/y2008/m06/d11/gescheiden_vader&t=Gescheiden_vader_vaak_geen_contact_met_kinderen
BNR-nieuwsradio
11 juni 2008, 14:30 BNR.nl
Kinderen hebben na een scheiding van hun ouders vaak slecht contact met hun vader. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Twee op de tien volwassenen met gescheiden ouders gaven aan dat ze in het eerste jaar na de scheiding geen contact meer met hun vader hadden. Nog eens tien procent zei dat ze een slecht contact hadden met hun vader.
Het gaat veel verder
"Het gaat nog veel verder dan deze cijfers wellicht suggereren. Het gaat hier namelijk om honderdduizenden volwassenenn die geen contact meer hebben met hun kinderen, maar logischerwijs ook om evenveel opa's en oma's die geen contact met hun kleinkinderen hebben", zegt onderzoeker bij het CBS, Jan Latten.
Beluister hier het hele gesprek met Jan Latten
Potentieel schadelijk
Maar er is ook wat positiever nieuws: de jongere generatie kinderen met gescheiden ouders lukt het al wat beter om het contact met de vader te houden. Louis Tavecchio, hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) is blij met deze beweging want de afwezigheid van een vader kan potentieel schadelijk zijn voor de ontwikkeling van het kind. "De vader heeft een duidelijke rol binnen een gezin. Hij verpersoonlijkt namelijk de maatschappij voor het kind. Dat is een heel andere rol dan die van onvoorwaardelijk liefhebbende ouder die de moeder vaak op zich neemt. Als de vader afwezig is dan mist een kind dit voorbeeld."
Luister het hele interview met hoogleraar pedagogiek Tavecchio
Wetgeving
Andy Work van Fathers for Justice, de organisatie die actie voert voor het recht van kinderen om beide ouders te mogen blijven zien, benadrukt dat er op wetgevingsgebied nog veel moet worden verbeterd. Daarin ligt de kern van het probleem, zegt Work. "Nu verliest een kind voor de rechter nog één van zijn twee ouders."
Beluister het gesprek met Andy Work van Father for Justice
zaterdag, juni 07, 2008
Memorie van Antwoord 30145 (voortgezet ouderschap): Justitie en Eerste Kamer halen in een-tweetje gelijkwaardig ouderschap weer onderuit
109. Memorie van Antwoord 30145 (voortgezet ouderschap): Justitie en Eerste Kamer halen in een-tweetje gelijkwaardig ouderschap weer onderuitInleiding
Zojuist is de - door justitieambtenaar Jeanette Kok aan de ministers Ballin (justitie) en Rouvoet (jeugd en gezin) (voor)geschreven - Memorie van Antwoord bij wetsvoorstel 30145 verschenen en naar de Eerste Kamer gestuurd.
In een-tweetje met SP-senator Quick-Schuijt haalt het Ministerie van Justitie daarin het in de Tweede Kamer met tweederde meerderheid aangenomen SP-amendement op het gelijkwaardig ouderschap weer onderuit. Daarmee wordt de met het gelijkwaardig ouderschap beoogde grotere betrokkenheid van vaders - die in het huidige vadervijandige scheidingsrecht volstrekt gemarginaliseerd en van hun kinderen buitengesloten worden - alweer tot een dode en vrijblijvende letter van de wetgever in de wet gemaakt, nog voordat de inkt van de Tweede Kamer zelfs maar droog was.
In de aanloop naar deze memorie van antwoord schreef justitieambtenaar Jeanette Kok al in een editorial in het rechters- en advocatenblad Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht over het gelijkwaardig ouderschap:
"Ik ga er graag vanuit dat de rechtspraak wel wijzer zal zijn en de norm niet op deze wijze zal gaan uitleggen!"
Bron: Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht, Jaargang 2007, Nummer 10, Editorial “Gelijkwaardig ouderschap”, Mr. Drs. J. Kok, Oktober 2007 (link)
Daarop kreeg zij repliek van het Tweede Kamerlid mr. Jan de Wit (SP), de indiener van het met tweederde meerderheid aangenomen amendement op het gelijkwaardig ouderschap.
Nu zeggen de ministers (daartoe gesouffleerd door justitieambtenaar Jeanette Kok) met deze memorie van antwoord hetzelfde tegen de Tweede Kamer: "U kunt als Tweede Kamer hoog of laag springen, wetgevingsamendementen aannemen of niet, maar wij hebben geen boodschap aan uw wetgevende taak in onze democratie en voeren dat gelijkwaardig ouderschap van u niet uit."
Overzicht in de tijd van de wijze waarop de Tweede Kamer hier volledig buiten spel gezet wordt in een een-tweetje tussen ambtenaren van het Ministerie van Justitie (justitieambtenaar Jeanette Kok) en de leden van de Eerste Kamer (SP-Senator Quik-Schuijt):
12 juni 2007 :: Tweede Kamer kiest bij de stemmingen over Wetsvoorstel 30 145 met tweederde meerderheid voor gelijkwaardig ouderschap na scheiding
Zie : http://vaderkenniscentrum.blogspot.com/2007/06/14.html
Eind juni 2007 :: De eindversie van Wetsvoorstel 30145 zoals naar de Eerste Kamer gestuurd
Zie : http://vaderkenniscentrum.blogspot.com/2007/06/21.html
1 oktober 2007 :: Editorial tegen "Gelijkwaardig ouderschap" van de zijde van justitieambtenaar mv. mr. drs. Jeanette Kok in het Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht (Jrg. 2007, nr 10)
Zie : http://vaderkenniscentrum.blogspot.com/2007/12/48.html
9 oktober 2007 :: Vragen tegen gelijkwaardig ouderschap van de vadervijandige SP-senator Quik-Schuijt in het verslag van gestelde vragen door de Vaste Justitiecommissie van de Eerste Kamer inzake "Wet bevordering voortgezet ouderschap bij scheiding" (30145)
Zie : http://vaderkenniscentrum.blogspot.com/2007/10/36.html
20 november 2007 :: Smalend NCRV-interview met SP-senator mw. mr. Quik-Schuijt op de "Dag van de Rechten van het Kind" over het met 2/3 meerderheid in de Tweede Kamer aangenomen amendement op het gelijkwaardig ouderschap na scheiding van haar eigen partijgenoot mr. Jan de Wit
Zie : http://vaderkenniscentrum.blogspot.com/2007/12/51.html
1 maart 2008 :: Tweede Kamerlid mr. Jan de Wit reageert in Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht op het editorial tegen 'Gelijkwaardig ouderschap' van justitieambtenaar Jeanette Kok
Zie : http://vaderkenniscentrum.blogspot.com/2008/03/73.html
5 juni 2007 :: De Memorie van Antwoord van de hand van justitieambtenaar Jeanette Kok en de ministers Ballin en Rouvoet (zie verder beneden)
En opnieuw veranderd er niets, kan het gezinsbrekend beleid met eenouderschapspraktijken door dit PvdA-CDA-CU kabinet ten koste van verder van hun vaders buitengesloten en vaderloos opgroeiende kinderen in moedergezinnen ongestoord voortgezet worden.
En voor de zoveelste keer in de afgelopen 25 jaar wetsgeschiedenis in het scheidingsrecht zag de Tweede Kamer weer "twee beren broodjes smeren, en men stond erbij en men keek ernaar."
Deze Tweede Kamer kan als wetgevend instituut ook eigenlijk net zo goed opgedoekt worden, is de conclusie die zichonherroepelijk uit deze nu 25 jaar durende poppenkast opdringt. Want zij neemt haar verantwoordelijkheid niet en doet er allang niet meer toe. Men blijft aan het binnenhof nu al 25 jaar steken in een impotente woordenbrij en daar blijft het bij. De ruim een miljoen vaderloze scheidingskinderen in moedergezinnen zijn daarvan het kind van de rekening.
Peter Tromp
Vaderkenniscentrum
SP-Senator mv. Quik-Schuijt laat zich in een NCRV radio-interview uiterst smalend uit over vaders en het in de Tweede Kamer met tweederde meerderheid aangenomen SP-amendement op het gelijkwaardig ouderschap van haar partijgenoot en Tweede Kamerlid Mr. Jan de Wit:
Wanneer presentator Hijlco Span aan SP-senator en oud-familierechter Quik-Schuijt op 20 november 2007 (de Internationale Dag voor de Rechten van het Kind) tijdens een radio-interview voor het NCRV-radioprogramma Casa Luna aan Quik-Schuijt vraagt: “Maakt u dat verdrietig, of maakt u dat boos, dat de dwaze vaders - om ze zo maar eens even te noemen – dat die, dat die het daar niet mee eens? Dat ze u echt daar, soms ook in felle bewoordingen, op aanvallen, op keuzes die u gemaakt heeft … voor het kind en daarmee in hun ogen … ook voor de moeder?”
dan antwoord Quik-Schuijt: “Als ik heel eerlijk mag zijn ehm, … die mensen die neem ik dat niet kwalijk, want ik begrijp hun frustratie en ellende wel. Ik weet ook, dat het maar een stuk of dertig mensen zijn, die allemaal in drie of vier clubs zitten, want ik kom steeds weer diezelfde namen tegen. Dus ik wordt er niet zo erg warm of koud van. Maar wat ik wel vervelend vind is dat de publieke opinie zich daar héél erg door laat beïnvloeden. Als ik zie wat er nu weer voor een wetsontwerpen in de kamer liggen, dan denk ik: “Wie denkt er hier nog aan het kind !!” Die vaders ...
Presentator: Over welk wetsontwerp heeft u het dan bijvoorbeeld ?
Quik-Schuijt: Nou d’r ligt, d’r ligt een wetsontwerp ehm, waarin het gaat over gelijkwaardig ouderschap na echtscheiding. En mensen willen - dat lees en hoor je - dat je dat uitlegt als fifty-fifty, elk de helft van de opvoeding. En daar ben ik op zichzelf een groot voorstander van, en … ik vind ook … tegenwoordig … die ouders die elk vier dagen werken en elk een zorgdag voor hun rekening nemen .. Prima, en die kunnen na de scheiding op dezelfde voet doorgaan. Maar als ouders tijdens het huwelijk ‘n …. afspraken hadden gemaakt dat de moeder volledig thuis was, wat je toch nog héél veel ziet, en de vader full-time werkte, dan vind ik het voor het kind, in verband met die continuïteit, die heeft al zoveel te verwerken, hij moet verhuizen, hij moet naar een andere school, naar een andere voetbalclub, hij raakt zijn vader kwijt. En dan moet hij ook nog ineens de helft van de week bij zijn vader wonen, terwijl altijd zijn moeder de dagelijkse zorg had! Dat vind ik niet goed voor dat kind.
Presentator: Nee, nee, en zo’n wetsontwerp, dat stelt algemene regels, algemene voorwaarden …. ?
Quik-Schuijt: Nou ja, kijk de term ‘gelijkwaardig ouderschap’ daar kan je natuurlijk alle kanten mee uit. ……..
Presentator: U kunt wetten toetsen … en uiteindelijk kunt u wetten tegenhouden !
Quik-Schuijt: We kunnen ze toetsen, we kunnen ze tegenhouden. We kunnen vragen stellen, waardoor we, zoals bij dat gelijkwaardig ouderschap, helder op tafel krijgen van gaat het nou over vijftig/vijftig….., of of gaat ..of mogen we … mag je daar iedere invulling aan geven die ouders zelf willen. …
Bron: Interview met SP-senator en oud-familierechter mw. Quik-Schuijt met Casa Luna radio (NCRV) op 20 november 2007, de Dag van de Rechten van het Kind
http://vaderkenniscentrum.blogspot.com/2007/12/51.html
donderdag, mei 22, 2008
Europees verzoekschrift en mars
Europees verzoekschrift en mars
http://1777.lapetition.be/ [elektronische handtekening naar beneden scrollen
en op de koppeling klikken]
AFSPRAAK IN HET EUROPEES PARLEMENT
WOENSDAG 21 MEI 2008
13.30 u.
Bravo Sabine, bravo Pascal!!!
Toespraak bij de overhandiging van het verzoekschrift uitgesproken in vier talen
Discours lit en quatre langues à l'occasion de la remise de la pétition
Nederlandstalige versie
Geachte heer Libicki, geachte heer Mac Millan Scott, geachte mevrouw Brepoels, geachte heer Rogalski,
Beste vrienden,
Iedereen die hier aanwezig is, werd getroffen door de onbegrijpelijke afwezigheid van contact met zijn kind of met zijn kinderen en dat dikwijls al gedurende verscheidene jaren. Onze blikken richten zich echter op de toekomst.
De Europese landen hebben voor het merendeel in de loop van de jaren een corpus van wetten gecreëerd dat aan de gerechtelijke macht de mogelijkheid biedt om het onaanvaardbare gegeven van de kindermishandeling te beletten en te straffen. Alle wetten, alle verdragen bestaan; het Europees Parlement moet enkel elk Europees land eraan herinneren dat het zijn plicht is de meest fundamentele wetten die er maar bestaan te doen eerbiedigen en het respect ervoor op te leggen.
Met dit verzoekschrift reiken wij u ook ons onderzoek aan. Honderden getuigenissen zijn gevoegd bij ons verzoekschrift en wij zijn er zeker van dat u er rekening mee zult houden.
Wij zijn erover verontwaardigd te constateren dat de politiek passief en onverschrokken blijft; wij zijn verontwaardigd over het misprijzen van de ethiek door bepaalde landen in Europa. Wij zijn ontdaan omwille van een dergelijke onverschilligheid wanneer wij geconfronteerd worden met een duidelijk uitgesproken minachting voor het lot van onze kinderen: wij denken aan het recente interview, dat op Youtube te bekijken is van de Duitse minister verantwoordelijk voor gezinsaangelegenheden Mevrouw Ursula Von Der Leyen…
Een dergelijke houding treffen we dikwijls aan in de schoot van de Centrale Autoriteiten in gevallen van binationale ouderlijke kinderontvoeringen of bij gerechtelijke beschikkingen waartoe de weigering van het omgangsrecht bijvoorbeeld behoort.
Wij vertrouwen u dit verzoekschrift toe met onze boodschap en met onze vragen. Europa moet het kind beschermen; de waarborg bieden van de contacten van het kind met zijn beide ouders, opdat het kind zich kan ontwikkelen zonder ooit geplaatst te worden in het centrum van het conflict dat beide ouders met elkaar zouden kunnen hebben.
Wij zijn ouders die op onwettige manier afgesneden werden van een kind en wij moeten blijvend die onrechtvaardigheid ondergaan; soms worden we veroordeeld een onderhoudsuitkering te betalen. Nog erger zullen we op een dag, tien of twintig jaar later geconfronteerd worden met de psychologische moeilijkheden van onze kinderen, problemen toe te schrijven aan de scheiding en aan de onverschilligheid van de gezagsdragers die op zijn minst de zaak op hun beloop hebben gelaten.
Voor u staan de ouders en de vertegenwoordigers van verenigingen die naar hier zijn gekomen. Vaders en moeders, betrokken bij binationale of nationale zaken, allen verwikkeld in dezelfde problematiek.
Mevrouw Karin Jäckel, de ouders en de Duitse verenigingen zouden u kunnen spreken over duizenden Duitse zaken waaruit een georganiseerde discriminatie blijkt door een Jugendamt dat nooit verantwoordelijkheid moet afleggen over zijn daden.
Sosraptsparentaux samen met Solidaritéraptparental zou u kunnen aantonen hoe een land als België niet langer de internationale verdragen eerbiedigt door te weigeren ze toe te passen: voor België krijgen in feite de commerciële en diplomatieke betrekkingen met bepaalde landen de voorrang op een weinig gewetensvol gedrag.
Andere verenigingen als Cap Enfance, Goudi, Figli Negati, Vaderkenniscentrum en nog heel wat meer… moeten oneindig strijd voeren tegen een gezagsinstantie die zijn gewoonten niet in vraag wil stellen, voor het recht om gewoon vader te zijn waar het recht om moeder te zijn een vanzelfsprekendheid is.
Verenigingen als Acalpa, PAAS, bezorgen u de noodzakelijke gegevens om u te herinneren aan het belang en het gevaar van kwalen als ouderlijke ontvoering en haar bijna onvermijdelijk uitvloeisel de ouderverstoting.
Deze actie heeft de ondersteuning gekregen van meer dan 40 Europese verenigingen. Zij bezorgt u meer dan 11.000 handtekeningen voor een verzoekschrift dat afgesloten wordt op 7 februari 2009 met daarbij enkele honderden getuigenissen.
Wij hopen dat het Europees parlement vlug reageert vooraleer de meest betreurenswaardige uitspattingen ontstaan van de kant van de onthutste ouders die elk vertrouwen in de Autoriteit zouden verliezen – want u bent politiek gezien onze laatste hoop.
Dank dat u ons hebt willen ontvangen; wij rekenen op u.
Sabine Vander Elst
Pascal Gallez
Bij de overhandiging van het verzoekschrift:
Uiterst links Sabine, in 't midden Libicki, Rogalski, MacMillan Scott, Brepoels, Pascal
Foto Europees Parlement
Klik op:
Brepoels steunt oproep ouders van ontvoerde kinderen
vrijdag, mei 02, 2008
Gebroken gezinnenbeleid en scheidingen net zo ernstig als klimaatverandering
Britse familierechter luidt alarmklok :: Gebroken gezinnenbeleid en scheidingen net zo ernstig als klimaatverandering
Toprechter: ‘Echtscheiding net zo erg als milieuramp’
Katholiek Nieuwsblad - geplaatst: zaterdag, 5 april 2008, 9.49 uur
Een Britse toprechter op het gebied van het familierecht heeft een ongehoorde aanval geopend op het gezinsbeleid in Groot-Brittannië. Het land lijdt onder een echtscheidingsepidemie die de hele samenleving raakt tot en met de Koninklijke familie, meldt de Daily Telegraph. Dat zei rechter Coleridge, bekend van het recente scheidingsproces van ex-beatle Paul McCartney en Heather Mills, tijdens een congres van gezinsjuristen in Brighton. Vooral de regering van Gordon Brown moet het ontgelden. Die maakt zich drukker over het uitbannen van plastic tassen dan over de crisis van het gezin.
“De regering fiedelt terwijl Rome brandt”, aldus Mr. Justice Coleridge. De 58-jarige rechter houdt zich al 37 jaar bezig met het familierecht.
“Zonder ook maar te willen dramatiseren of paniek te zaaien, voorspel ik dat de gevolgen van echtscheiding voor het leven in dit land en voor zijn bevolking binnen de komende twintig jaar even vernietigend zal blijken te zijn als de gevolgen van de opwarming van de aarde.”
“Wij beleven een periode waarin het gezin implodeert en waarvan de gevolgen even catastrofaal zijn als het smelten van de ijskappen.”
Rechters zijn getuige van een “eindeloze draaimolen” van menselijke ellende. Bijna alle sociale kwalen van de samenleving kunnen worden teruggevoerd op de ineenstorting van het stabiele gezin, aldus Coleridge.
Veel alleenstaande moeders doen het prima, maar duizenden kinderen worden opgevoed door moeders die verschillende kinderen van verschillende vaders hebben die allemaal weer verdwijnen.
De ongehoord scherpe kritiek komt op het moment dat het huwelijkscijfer op zijn laagst is sinds 1862 en het aantal kinderen in eenoudergezinnen de afgelopen twintig jaar is verdubbeld. De speciale familierechtbanken dreigen onder het explosief gestegen aantal zaken te bezwijken, aldus de Telegraph. Coleridge haalde ook scherp uit naar het systeem van het familierecht. Dat systeem, bestaande uit sociaal werkers, lokale autoriteiten, psychologen en juristen, bevindt zich ergens tussen de huidige bedroevende situatie en “sociale anarchie”.
Coleridge bepleit aanpassing van de wetgeving voor ongehuwde paren en hervorming van de echtscheidingswetgeving. Ook wil hij dat de regering miljoenen investeert in degelijk onderzoek naar de bevordering van de stabiliteit van gezinnen. (KN/DT)
donderdag, april 24, 2008
Internationale Bewustwordingsdag PAS-syndroom bij kinderen.
Parental Alienation Awareness Day - April 25th, 2008
Planning an event for PAAD?
If you're planning an event on April 25th to help raise awareness and education about Parental Alienation and the harmful effects of these behaviors on children, please emails us at events@paawareness.org with your event name, location (including country), and contact info (if you want others to join).
Don't forget to send us any photos or event followup after your event.
Thank you to all of you who support PAAO and PAAD!
Together we can make a difference.
EUROPE
We intend to walk through Belgium, Germany and France, reaching Strasburg, for what will literally be a crusade, and will last several weeks.
We shall leave Brussels on the 25th of April, Parental Alienation Awareness Day. We shall arrive in front of the EP building, in Strasburg, on the 21st of May, a few days before the Missing Chidren Day.
We shall go from one town to the next, partly on foot, partly by public transports. We shall stop by in quite a few major cities, in order to collect a maximum of signatures for the petition that we are advertising through this crusade.
We are asking each association, each person feeling involved in this problematic to get as many names and signatures as possible for the petition and to bring them to Strasburg. You are quite welcome to walk with us for the last few kilometres and give the filled petitions to the EP.
Please send the petition, original or copies, depending on the fact you will come along or not to Strasburg, before the 15th of May 2008, to:
Marie Breda
Rue du Duc 10/12
4860 Pepinster
Belgium
bruxelles-strasbourg@live.be
Click here to download the full information.
Further, we would be delighted to get the ethical support of companies, associations and personalities. We shall propose them to support our cause through the use of their logo, or their name, on our documents.
woensdag, april 16, 2008
Sociale woningmarkt is een compleet schandaal
http://www.amersfoort.nl/smartsite.shtml?id=1
gescheiden vaders met kinderen kunnen achteraan sluiten met alle ellende van dien
Zie :: Vaderkenniscentrum - VKC: nr. 80.
http://vaderkenniscentrum.blogspot.com/2008/04/80.html
70603
Gemeente Amersfoort.
-----------------------------------
22 februari 2007 Beide ouders komen in het geval van een echtscheiding vanaf april in aanmerking voor een urgentieverklaring voor een woning. Dit is een belangrijke wijziging in de Huisvestingsverordening.
De Huisvestingsverordening is vorige week door de gemeenteraad vastgesteld en treedt op 4 april in werking.
Urgentie bij scheiding
Nu is het zo dat de gescheiden ouder die voor het merendeel van de tijd voor de kinderen zorgt, een urgentieverklaring kan krijgen. Met zo’n verklaring krijg je voorrang op de toewijzing van een woning. Vanaf april hebben beide ouders met minderjarige kinderen hier recht op, ook als de ene ouder meer voor de kinderen zorgt dan de andere. Overigens wordt uitsluitend bij (dreigende) dakloosheid urgentie verleend. Met deze maatregel wil de gemeente er voor zorgen dat elke ouder een zelfstandige woonruimte kan krijgen; een belangrijke voorwaarde om een goede band met het kind op te bouwen.
"Belangrijke stap voorwaarts"
Wethouder Ruud Luchtenveld (Ruimtelijke Ordening, Wonen en Verkeer): “Zonder urgentieverklaring voor gescheiden ouders kan het jaren duren voordat een woningzoekende geschikte woonruimte vindt. En dat heeft als risico dat kinderen jarenlang een gebrekkig contact met een van beide ouders hebben.”
“Dit is een ontzettend belangrijke stap voorwaarts”, zegt Dennis Grippeling, gescheiden ouder en regionaal contactpersoon voor Fathers 4 Justice (belangenvereniging voor gescheiden vaders). “Het zijn vaak de vaders die na een scheiding het ouderlijk huis verlaten. Zij komen dan terecht bij familie of op drie-hoog-achter. En dat zijn vaak geen plekken om kinderen op te voeden. Omdat de moeder wel geschikte woonruimte heeft, wijst de rechter de kinderen meestal aan haar toe. Straks hebben vader en moeder beiden het recht om de kinderen in de eigen leefomgeving op te voeden.”
Evaluatie
Niet iedereen is tevreden over deze wijziging. “We waren niet direct voor”, vertelt Jacqueline de Jong van woningcorporatie de Alliantie Eemvallei. “Dit betekent een toename van het aantal urgentieverklaringen.” En dan neemt de wachttijd voor andere woningzoekenden toe. “Als blijkt dat het aantal urgentieverklaringen meer dan 30% van het totaal aantal woningtoewijzingen (vastgestelde maximum) is, dan gaan wij het gesprek weer aan.” In januari 2008 wordt de uitbreiding op de urgentieverklaring geëvalueerd.
Reageren op woningen in de regio
Een andere belangrijke wijziging in de Huisvestingsverordening is de verruiming van de bindingseisen. Sinds 1 januari moeten alle gemeenten binnen de provincie Utrecht de grenzen openstellen voor mensen met een economische of maatschappelijke binding met deze provincie. Als woningzoekende kunt u nu dus reageren op woningen buiten Amersfoort. En inwoners uit andere gemeenten kunnen nu ook reageren op het woningaanbod in Amersfoort. Dat was voorheen niet zo. Jacqueline de Jong van de Alliantie Eemvallei: “Wij denken niet dit tot een toename van het aantal woningzoekenden in Amersfoort leidt. Ten eerste blijkt uit cijfers dat mensen bij voorkeur verhuizen binnen tien kilometer van hun huis. Ten tweede zijn onze grenzen opengesteld, maar ook die van andere gemeenten. Er zullen dus mensen komen, maar er gaan ook mensen weg.”
Wethouder Luchtenveld: “De woningtoewijzing breder maken buiten de gemeentegrenzen is een logische stap. Aangezien Amersfoort op de rand van de provincie ligt, is een provinciaal aanbod wat beperkend, omdat we daarmee niet naar de hele regio rond Amersfoort kijken. Daarom gaan we met bijvoorbeeld Nijkerk in gesprek over ruimere bindingseisen.”
maandag, maart 24, 2008
Het Ouderverstotingssyndroom
Recensie door Rob van Altena
Gids voor werkers in de geestelijke gezondheidszorg en juristen
Oorspronkelijke titel: The Parental Alienation Syndrome
Richard A.Gardner,
Uitg. Creative Therapeutics, Cresskill, N.J., U.S.A. 1992.
ISBN 0-933812-24-8
Richard A. Gardner is hoogleraar in de toegepaste kinderpsychiatrie aan de Columbia Universiteit van New York en schrijver van een stuk of 35 boeken over kinderen in echtscheiding die, evenals de schrijver zelf, in Amerika een hoog aanzien genieten.
Met de door hem bedachte term Parental Alienation Syndrome (PAS) duidt Gardner een geestelijke stoornis aan die sinds een jaar of vijftien steeds meer optreedt bij kinderen waarvan de ouders klem zitten in een vechtscheiding. De stoornis bestaat daaruit dat het kind ervan bezeten raakt de ouder bij wie het niet woont (de 'gehate' ouder) te kleineren, beschuldigen en uit te stoten - zonder reden of om aanleidingen die in geen verhouding staan tot een levenslange uitstoting. De aanduiding 'hersenspoelen' (door de 'geliefde' ouder) vindt Gardner hier te beperkt omdat er buiten die programmering vooral ook krachten meespelen in het kind zelf en uit de sociale omgeving.
De versmade ouder is in 90% van de gevallen de vader en in l0% de moeder. Maar ter vereenvoudiging hanteert Gardner meestal maar het woord 'vader' om niet permanent in juistere maar ook omslachtige woordcombinaties als 'verstoten ouder' of 'vervreemde ouder' te moeten vervallen. Om diezelfde reden lijkt het ook wel verantwoord om 'parental alienation syndrome' (PAS) vereenvoudigd te vertalen met 'vaderverstotingssyndroom'. Gardner begint met de waarschuwing dit begrip vooral niet toe te passen op kinderen die om een geldige reden (b.v. ernstige mishandeling) niets meer van een ouder willen weten. In zulke gevallen is het verstoten van die ouder immers geen ziektebeeld te noemen: het wordt dat pas wanneer de verstoting redeloos is en zelfs tegen het eigen belang ingaat. Het kind heeft zijn ouderpaar dan als het ware doorkliefd in een 'geliefd' en een 'gehaat' deel, aanduidingen die door Gardner bewust tussen haakjes worden gezet: "De gehate ouder wordt alleen ogenschijnlijk gehaat, er is nog veel liefde aanwezig. En de geliefde ouder wordt soms meer gevreesd dan geliefd." Er bestaat met deze ouder echter blijkbaar een sterkere gevoelsbinding dan met de gehate ouder. Natuurlijk hebben kinderen een binding met allebei de ouders maar de sterkste binding zou bestaan met die ouder door wie zij als baby en als kleuter het meest verzorgd werden. Die binding wil het kind bewaren en zodra het denkt dat zij door de vechtscheiding bedreigd wordt, begint het daarom tegen de andere ouder een afstotingscampagne. De wapens die het daarbij inzet, zijn vaak kinderlijk en simplistisch. Helaas zal de moeder vaak ook van de onzinnigste klachten van het kind met welbehagen kennis nemen. En nog eens helaas laten ook advocaten en zelfs rechters zich soms door zulke klachten meeslepen in plaats van te vragen of dat nu redenen zijn om een vader nooit meer te willen ontmoeten. Juist het onlogische en absurde karakter van de klachten zijn tekenen dat het hier om eigen inbreng van het kind en dus om een verstotingssyndroom gaat. Een ander duidelijk teken is het ogenschijnlijk geheel ontbreken van ambivalente gevoelens.
Nu is bezeten haat vaak maar een dunne verhulling voor diepe liefde. Echte verwerping is neutraliteit, weinig of niet meer aan iemand denken. Het tegendeel van liefde is niet haat maar onverschilligheid. Bij deze kinderen neemt liefde echter de vorm van haat aan omdat zij zich tegenover hun moeder schuldig zouden voelen als zij openlijk liefde voor hun vader zouden bekennen.
Andere oorzaken die bij de vorming van het PAS een belangrijke rol kunnen spelen zijn angst voor een agressieve ouder, overneming (inductie) van haar gevoelens, eenzijdige idealisering en de kans nu vrij baan te kunnen geven aan woede die normaal onderdrukt of in banen geleid wordt.
Hoewel Gardner de eigen inbreng van het kind per definitie vooropstelt, laat hij ook geen twijfel bestaan aan de grote rol van de 'moeder' (die dus in l0% van de gevallen de vader is). Hij gebruikt hiervoor de termen programmeren of hersenspoelen: "hoewel dit laatste niet als een vakterm wordt beschouwd en in strikt wetenschappelijke publicaties niet erg aanvaard is, zie ik het wel degelijk als een nuttig woord omdat het heel direct aangeeft dat een mens het denken van een ander probeert te veranderen door middel van een welbewust proces."
Van dit programmeren geeft de schrijver dan een bladzijden lange catalogus van voorbeelden waarvan we er hier maar enkele kunnen aanstippen: "Er zijn moeders die zodra hun man vertrokken is, door het huis razen en alles vernielen wat nog maar aan zijn bestaan zou kunnen herinneren. Algemeen is de manoeuvre om de vader voor te schrijven dat hij bij het afhalen van de kinderen in zijn auto moet blijven zitten en zijn aankomst maar kenbaar moet maken door te toeteren: aan de voordeur komen is er niet bij en aanbellen al helemaal niet. Ook het antwoordapparaat is een machtig wapen: het staat altijd aan, ook als de moeder thuis is. Als de telefoon gaat, luistert zij eerst wie er belt voordat er al of niet opgenomen wordt. Voor de vader wordt in elk geval niet opgenomen en zo krijgen de kinderen praktijkles hem maar te laten praten en geen antwoord te geven. Deze gewoonte is zo algemeen dat ik een aantal zaken heb meegemaakt waarbij de vader de moeder via een gerechtelijk bevel moest verplichten om als zij thuis was het antwoordapparaat af te zetten en de telefoon op te nemen zodat de vader met zijn kinderen kon bellen. In veel gevallen kon dat bevel helaas ongestraft genegeerd worden, zoals dat met gerechtelijke uitspraken tegen PAS-moeders trouwens vaak het geval is."
"Zodra het om de bezoektijden gaat, houden deze moeders zich juist weer uiterst stipt aan de vonnissen: 'Als je een minuut te vroeg aan de deur komt, bel ik de politie!' of 'Als je een minuut te laat komt, krijg je ze niet mee!'. Ook door sabotage van het bezoek kan een wrede moeder zich doeltreffend wreken en hoe groter de afstand die de bezoekvader moet afleggen, des te krachtiger dat wapen is. Ik heb een aantal zaken meegemaakt waarin vaders voor een bezoekrecht naar de andere kant van Amerika reisden, alleen om te bemerken dat hun kinderen niet op de afgesproken plaats en tijd aanwezig waren. Helaas ondernemen rechtbanken meestal niet veel tegen dit soort wreedheid en dat is van belang voor de vorming van het vaderverstotingssyndroom omdat kinderen zo de boodschap meekrijgen dat een bezoek van de vader onbelangrijk is en ook dat niemand zich er iets van aantrekt als hij gemeen behandeld wordt."
Bij schoolvoorstellingen zetten moeders de kinderen onder druk door te zeggen dat zij (de moeders) niet gaan als de vader komt. Dat geeft het kind het gevoel dat de vader een soort ordeverstoorder is die louter door zijn aanwezigheid alles zal bederven. Naar mijn ervaring zijn echter juist dit soort moeders eerder geneigd tot demonstratief gedrag dan hun gehate ex-echtgenoten: een mooi voorbeeld van hoe het projectiemechanisme bij deze vrouwen werkt." "Wat veel tot het verstotingssyndroom bijdraagt is om elke contactpoging van de gehate vader als 'lastig vallen' te bestempelen. De vervreemde vader blijft immers vaak blijkgeven van belangstelling door op te bellen, te proberen de kinderen te zien, cadeautjes te sturen enz. en wanneer dit door de moeder als 'lastig vallen' wordt gebrandmerkt, gaan ook de kinderen het zelf op de duur zo zien. Als de vader opbelt voor de kinderen, geeft zo'n moeder antwoorden in de trant van: "Ze zijn bezig", "Ze gaan net eten", "Ze zitten net te eten", "Ze zijn nog niet met hun eten klaar", "Ze kijken net televisie", "Ze zitten net hun huiswerk te maken", "Ze spelen met andere kinderen", "Ze gaan net naar bed" enz. De vader schijnt nooit op het goede ogenblik te bellen: wat de kinderen ook doen, ze mogen nooit door hem gestoord worden. Elke bezigheid, hoe onbeduidend of willekeurig ook, is belangrijker dan de vader.
"Series moeders heb ik gesproken die hun kinderen bij een psychiater hadden gebracht zonder dat de vader dat zelfs maar wist. Naar mijn ervaring gaan veel therapeuten daar helaas in mee waardoor zij zonder dat blijkbaar te beseffen het verstotingssyndroom in de hand werken. Het medisch beroepsgeheim bestendigt hier de psychopathologie. Verantwoordelijke en verstandige therapeuten werken zo niet." "Men dient goed te beseffen dat veel van deze moeders heel wat minder liefdevol voor hun kinderen zijn dan een naïeve waarnemer dat op het eerste gezicht zou denken. Ogenschijnlijk willen zij het kind tegen de gevreesde ouder beschermen uit liefde. Maar een echt liefdevolle ouder begrijpt heel goed hoe belangrijk ook de niet-zorgouder voor de kinderen is en de minachtingscampagne waarin deze moeders de kinderen meeslepen, is juist niet in het belang van het kind, ja een blijk van hun tekortschieten als ouder". "Wanneer zulke moeders de juridische strijd om het gezag 'winnen', bereiken zij niet alleen dat gezag maar uiteindelijk ook een totale vervreemding tussen hun kinderen en de gehate ex-echtgenoot. Dat deze overwinning de kinderen geestelijk kan vernielen is wat zij diep in hun hart misschien wel willen. En zij voelen aan dat zij dat door onophoudelijk vechten, indoctrineren en vervreemden ook kunnen bereiken." Ook de l0% vaders die kinderen van hun moeders weten te vervreemden, kunnen er trouwens wat van. Toen een moeder haar zoontjes naar hun schoolrapporten vroeg, zeiden die dat zij "veel te groot waren dan dat hun moeder nog voor hen op de ouderavonden hoefde te komen" en dat zij zich trouwens "moest schamen om over kinderen van onze leeftijd nog op school te gaan navragen". De jongetjes waren zeven en negen jaar oud. Een andere vader zei de kinderen dat hun moeder hen aan hem had "verkocht" en liet als bewijs daarvan zijn alimentatiekwitanties zien. Toen de moeder de kinderen opbelde, wilden die niets meer van hen weten: "je bent onze moeder niet meer, je hebt ons aan vader verkocht!" Hoewel het vaderverstotingssyndroom geen geestesziekte is, beschouwt Gardner het wel als een sterke psychische stoornis en als een voorbeeld van het zogenoemde 'folie-a-deux', een verschijnsel waarbij de ene partij zijn/haar psychische afwijking op de andere overbrengt, zodat zij die dan allebei hebben. Andere Amerikaanse psychiaters delen het PAS meer in bij het Munchhausensyndroom by proxy (door overdracht), een stoornis die voor het eerst zo genoemd is door J.Money in l986 naar de bekende ongeremde fantasieën van baron von Munchhausen. Het syndroom bestaat daaruit dat een ouder totaal verzonnen verhalen, vaak ingebeelde ziekten, overal voor waar gaat rondvertellen en dat gedrag op haar kind weet over te brengen. Ook valse incestbeschuldigingen worden (voor het eerst in 1989 door D.C.Rand) tot dit Munchhausensyndroom gerekend. Gardner houdt er echter aan vast dat het vaderverstotingssyndroom iets zelfstandigs is omdat daarin volgens hem meer sprake is van een, zij het sterk beïnvloede, inbreng door het kind zelf.
De schrijver onderscheidt drie gradaties van het verstotingssyndroom: de ernstige, matige en lichte gevallen. Bij de ernstige gevallen zijn de moeders volkomen fanatiek en soms paranoïde. Zij projecteren op hun ex-echtgenoot allerlei verderfelijke eigenschappen en bedoelingen die zij in werkelijkheid vaak zelf hebben. Dat geldt ook voor de valse sexbeschuldigingen. Met de kinderen is een folie-a-deux binding ontstaan: zij delen de paranoïde fantasieën van de moeder en kunnen in totale paniek op de vlucht slaan als zij de vader (moeten) ontmoeten. Bij de matige gevallen gaat het niet zozeer om gestoorde vrouwen maar om vrouwen die razend zijn dat zij door hun man verlaten werden. De binding met de kinderen is gezond te noemen. Voor de scheiding waren zij vaak goede opvoedsters (in tegenstelling tot de moeders van de ernstige gevallen, die als opvoedsters ernstig tekort schoten). Als kinderen uit zichzelf met een sexbeschuldiging komen aanzetten dan kunnen deze moeders toegeven dat die vals is. Kinderen van deze moeders maken weliswaar hun vader zwart maar zijn nog wel in staat die houding te veranderen wanneer zij weer regelmatig met de vader in aanraking komen. Hun afweerhouding komt daaruit voort dat zij de gezonde binding met hun moeder willen verdedigen. Ook bij de lichte gevallen van vaderverstoting hebben de kinderen een gezonde binding met de moeder. Hier gaat het meest om moeders die in de eerste kinderjaren erg goed voor de kinderen gezorgd hebben en nu de kinderen tegen de vader programmeren om als het ware hun eigen positie veilig te stellen. Opmerkelijk in het boek is een lang hoofdstuk, gewijd aan de vormen van procesrecht die in de loop van de geschiedenis in verschillende landen bestaan hebben. De schrijver komt daarop omdat hij het tegenwoordige civiele procesrecht van de Westerse wereld als de hoofdschuldige beschouwt van het mensonterende touwtrekken om de kinderen. Het Amerikaanse rechtsstelsel (en het Europese) kan worden aangeduid als een conflictsysteem met in Amerika ook nog eens een sterke hang naar een 'Winner takes all' uitkomst. In Aziatische landen zijn daarentegen begrippen als bemiddeling en verzoening veel sterker in de maatschappij verankerd. Als twee Japanners een geschil hebben dan gaan zij vaak eerst samen naar een door hen allebei geachte oudere om die om bemiddeling te vragen: wie dat niet doet wordt zelfs als een a-sociale ruziemaker beschouwd. Komt men er zo niet uit dan kan men zich wenden tot bestaande buurthuizen voor geschillenbemiddeling en pas als ook daar geen oplossing gevonden wordt, zal men naar een advocaat stappen. Dat is een van de redenen waarom er in Japan maar een advocaat op de 10.000 inwoners is en in de Verenigde Staten een op de 320. Onze civiele procesvoering heeft volgens de schrijver ook nog trekken overgehouden van die middeleeuwse processen die uiteindelijk namens de partijen in een tweegevecht werden beslecht door beroepsworstelaars. Bedoeld wordt het sterke gewicht van de advocatuur, waaraan tot omstreeks l850 trouwens meer de eis zou zijn gesteld de tegenstander en de waarheid te eerbiedigen terwijl daarna de nadruk is verschoven naar de belangen van de cliënt. Illustratief in dit verband is de titel van een recent boek van een van Nederlands bekendste pleiters (mr. G.Spong, 'Leugens om bestwil', Amsterdam, l997). "Het gevolg", schrijft Gardner nogal cru maar onomwonden, "is dat naar mijn mening studenten in rechtsfaculteiten worden opgeleid tot leugenaars". En hij sluit af met de vaststelling dat het strijdproces in elk geval een ongeschikte oplossing is gebleken voor die vele gevallen waarin de partijen oorspronkelijk helemaal niet tegenover elkaar stonden. Een ander interessant hoofdstuk behandelt de geschiedenis van het toewijzen van de kinderen na scheiding. Volgens de Code Civil (ingevoerd in l804) bleven kinderen na echtscheiding - die toen praktisch nog niet voorkwam - automatisch bij de vader: dat vloeide voort uit diens rechtspositie als gezinshoofd. Maar al gauw daarna ging het schuldbeginsel overwegen en zo gold b.v. in Nederland sinds het Burgerlijk Wetboek van 1838 als hoofdregel dat de kinderen bij die ouder kwamen die aan de scheiding onschuldig was - naar het oordeel van de rechtspraak, die volgens velen op dat punt toen nog strenger voor moeders dan voor vaders was. Kleine kinderen bleven wel bij de moeder maar gingen als zij opgroeiden dus (weer) naar de vader als die de onschuldige partij was geweest. Van ongeveer l900 af begon internationaal de opvatting door te breken dat moeders door hun zachtaardigheid nu eenmaal beter geschikt zouden zijn om kinderen op te voeden: een veronderstelling die in Engelstalige landen nog altijd wordt aangeduid met de vakterm "tender years presumption". Nederland liep hierin nogal voorop: al sinds l901 gold er de regel dat het kind na echtscheiding onder eenhoofdig gezag stond van de ouder die ook de dagelijkse zorg mocht geven en dat was steeds vaker de moeder. In Engeland gold hetzelfde sinds l925. Aanvankelijk werd daarbij aan moeders nog wel de eis gesteld de kinderen een goed moreel voorbeeld te geven, waardoor b.v. een vrouw die haar man bedrogen had vaak niet voor gezag en zorg in aanmerking kwam. Maar die eisen werden steeds meer afgezwakt. Ook in België is het voorrangsrecht van de onschuldige ouder in l965 vervallen. Praktisch elke moeder die bereid en beschikbaar was, kreeg voortaan bij voorrang de kinderen. Na de tweede wereldoorlog begon het aantal scheidingen bovendien de pan uit te rijzen en brak er een tijd aan die, althans voor de advocatuur, best als de gouden eeuw van de echtscheidingsprocessen kan worden aangemerkt. Gardner citeert (blz. 43 e.v.) nogal wat boeken van Amerikaanse advocaten waaronder deze: "Als ik mijn kantoor uitkom op weg naar het gerechtsgebouw, dan weet ik dat daar een zaak wacht waarin geen plaats is voor vergelijk of verzoening of het goede afwegen tegen het slechte. Het wordt een zaak van erop of eronder, van vechten met klauwen en tanden. En daar geniet ik van (H.A.Glieberman, Confessions of a Divorce Lawyer, Chicago, l975)". Sinds ongeveer l975 begon de vooronderstelling dat de moeder door haar zachtaardigheid nu eenmaal de beste ouder is, in Amerika terrein te verliezen. Er kwam een nieuw beginsel op: in onze maatschappij met haar totale gelijke kansen - waarin ook vrouwen desgewenst straaljagerpiloot, chirurg of advocaat kunnen worden - moeten vrouw en man ook als moeder en vader gelijke kansen hebben ("the sex blind rulings"). Toch houden veel Amerikaanse rechters nog aan het moedervoorrecht vast en voor Europa geldt dat nog sterker. In de Verenigde Staten geldt na l980 in de staten ten Westen van de Mississippi bij voorrang het gezamenlijk gezag en een gelijk recht op de dagelijkse zorg. In de Oostelijke staten is dat, vooral door het veto van de gouverneurs, nooit van kracht geworden.
Deze historische uitweiding is van belang in verband met de juridische maatregelen die Gardner aanbeveelt als remedie tegen het PAS-syndroom en waar wij aan het eind van deze bespreking aan toe komen. Maar eerst gaat de schrijver nog uitvoerig in op de rol van de medische deskundigen ('examiners') die in Amerika door elk van beide partijen kunnen worden opgeroepen om hun standpunt te ondersteunen terwijl de rechter ook nog eens onafhankelijke deskundigen kan benoemen. De enige goede informatiebron voor de deskundige is volgens Gardner een gesprek met beide ouders en de kinderen gelijktijdig. Als dat niet mogelijk is omdat een van de partijen het niet wil, kan er niets bereikt worden en trekt hij zich als deskundige terug. Alleen uit dat gesprek kan namelijk blijken met welke ouder de kinderen de sterkste geestelijke binding hebben. En die moet worden vastgesteld aan de hand van wat Gardner zo mooi "grootmoeders maatstaf" noemt: "dat wat grootmoeder tekenen van goed ouderschap zou vinden als haar geest door de woning kon rondwaren en daarna aan de deskundige verslag uitbrengen. De meeste grootmoeders hadden weliswaar geen doctoraal in de kinderpsychologie en geen benul van de uitgekiende metingen waar wij beroepsmensen ons tegenwoordig op laten voorstaan, maar zij letten vooral goed op die ouderhandelingen waar het gevoel uit spreekt en die het vlechtwerk van de ouder-kind binding uitmaken: wie maakt de kinderen 's morgens wakker, zet ze het ontbijt voor, brengt ze naar school, zit 's middags met ze aan tafel, helpt ze bij het huiswerk en stopt ze 's avonds in bed; wie is bereid zich wat voor de kinderen te ontzeggen, offers voor hen te brengen. Zo kan de deskundige vaststellen welke ouder-kind binding in de kleuterjaren tot stand is gekomen. Dat is niet alleen van belang in verband met het later gevormde verstotingssyndroom maar ook om vast te stellen wie van de ouders de dagelijkse zorg moet krijgen. Het verstotingssyndroom ontwikkelt zich volgens Gardner zodra het kind begint te beseffen dat er een strijd om gezag en zorg aan het ontbranden is. Om in die strijd een rol te spelen begint het zijn eigen scenario van geringschatting en uitsluiting op te stellen.
Kinderen die aan het verstotingssyndroom lijden, idealiseren de moeder en verwerpen de vader om gebeurtenissen die andere kinderen normaal vinden of al lang vergeten zijn. Verhalen van de moeder worden kritiekloos overgenomen: "Moeder zou nooit tegen mij liegen". Normale brieven, telefoontjes en juridische stappen van de vader worden alle samengevat onder de term "lastig vallen". Het kind wil de vader "nooit" meer zien. Gardner pleit voor een gerechtelijk bevel tot psychiatrische behandeling van het gehele gezin. Zonder dat bevel zal het nooit tot een behandeling komen en individuele therapie leidt nergens toe. "Dit is niet het soort therapie dat verricht kan worden door een therapeut die er passief bij zit terwijl patiënten hun fantasieën afdraaien, maar door een die eventueel niet te benauwd is een dwarsliggende patiënt ermee te dreigen de rechter in te schakelen. Sommige lezers zullen wel onthutst zijn dat ik in verband met een patiënt het woord dreigen gebruik maar zonder die mogelijkheid zal therapie van PAS-gezinnen geen resultaat opleveren".
Volgens Gardner vereisen de drie gradaties van het verstotingssyndroom elk een andere aanpak. In ernstige PAS-gevallen moeten de kinderen voor alles aan de dagelijkse zorg van de moeder worden onttrokken en bij de vader komen wonen, in de eerste tijd zelfs zonder enig contact met de moeder: "tussen moeder en kinderen bestaat een ongezonde binding en die zal ook door therapie niet verdwijnen zolang de kinderen bij hun moeder wonen en daar zijn blootgesteld aan een spervuur van afkammerij en andere openlijke en heimelijke beïnvloeding die het syndroom in stand houdt...Als de kinderen bij de vader geplaatst worden, zal hun vijandelijkheid tegenover hem geleidelijk afnemen. Als de rechtbank toestaat dat de kinderen bij de gestoorde moeder blijven, dan komt het waarschijnlijk tot een levenslange vervreemding van de vader".
"Helaas staan rechters er vaak niet voor open om een vader de zorg te geven. Ondanks de recente voorrang voor een gezamenlijk gezag blijven de meeste rechters toch sterk bij de opvatting dat moeders betere opvoeders zijn dan vaders. En hoewel ik het daar in het algemeen ook mee eens ben, lijdt het geen twijfel dat ook veel moeders slechtere opvoeders zijn dan hun (ex-)man en dat geldt met waarschijnlijkheid vooral voor de moeders in de groep van de ernstige vaderverstoting." Bij meer gematigde gevallen van verstoting acht Gardner het mogelijk de kinderen bij de moeder te laten om van daaruit aan herstel van de omgang met de vader te werken. Als de moeder blijft tegenwerken dan zou men haar kunnen dreigen met omkering van de zorg of met gevangenisstraf hoewel - zegt de schrijver erbij - hij wel vaders achter de tralies heeft zien verdwijnen als zij niet aan hun (financiële) verplichtingen voldeden maar geen moeders als die niet aan hun (omgangs)verplichtingen voldeden. Overigens moet de therapeut die met deze situatie aan de slag gaat, vooral een neutrale, door de rechtbank aangewezen, deskundige zijn. Zijn behandelkamer kan dan tegelijk als het 'uitwisselpunt' dienen waar de kinderen voor de omgang van de ene naar de andere ouder gaan. Moeilijke moeders in deze categorie lijden nogal eens aan neiging tot overbescherming. Als zij naar een verre bestemming willen verhuizen om de kinderen aan de vader te onttrekken, moet de rechtbank hun verbieden de kinderen mee te nemen. Bij zwakke gevallen van het verstotingssyndroom is therapie meestal niet eens nodig. Gardner denkt dat veelal alleen maar de moeder gerustgesteld moet worden dat de vader de dagelijkse zorg niet krijgt en zijzelf dus wel. Als zij zich maar veilig voelt om te mogen zorgen, zou zij de omgang met de vader niet meer beletten.
Wat heeft Gardner de uitgestoten vaders aan te raden? "Sommige vaders verliezen de moed en lijden zoveel verdriet door de verstoting dat zij er sterk over denken zich maar voorgoed van hun kinderen terug te trekken. Vaak wordt hun (soms zelfs door goedwillende therapeuten) aangeraden de wens van kinderen die hen niet meer willen zien, te "eerbiedigen" omdat die kinderen (blz. 259) "toch uiteindelijk uit zichzelf weer naar hem toe zullen komen. Maar die raad, hoe goed bedoeld ook, is naar mijn mening niet doordacht: de raadgever was er kennelijk niet mee vertrouwd hoe het syndroom werkt en hoe de geestelijke band tussen vader en kind in het geniep verzwakt en zelfs volkomen gesloopt kan worden. Mijn algemene raad aan zulke vaders is om redelijke contactpogingen te blijven volhouden, ervan uitgaande dat er ondanks vijandelijkheid van de kinderen nog steeds resten van de vroegere binding doorwerken. Ik probeer de vaders een middenweg te helpen vinden tussen opdringen en opgeven. Ik raad ze aan om per post en via kennissen wat van zich te laten horen bij verjaardagen, diploma-uitreikingen, intrede in de kerkelijke gemeente enz...Ook al worden hun brieven (voor of na lezing) vernietigd en wordt de telefoon op de haak gegooid, ik raad ze aan te blijven schrijven. Nogmaals: vooral niet zo vaak dat het als lastig overkomt. Vaders moeten zich de vroegere band met hun kind blijven herinneren en hopen dat liefde uiteindelijk angst zal overwinnen. Omdat wij geen vervolgstudies over zulke kinderen hebben, weet ik niet hoe dikwijls deze raad van nut is geweest. Ik vermoed maar in een beperkt aantal gevallen, al mag ook dat er een therapeut nooit van weerhouden zo'n raad te geven. Maar bij deze pessimistische noot wil ik het niet laten. Ik ben in wezen optimistisch over de mogelijkheid om kinderen met een ernstig verstotingssyndroom in gezinsverband therapeutisch te behandelen, als de therapeut er de rechtbank tenminste van kan overtuigen dat het om zo'n syndroom gaat en hij daarna de rechtsmacht als stok achter de deur kan inzetten."
Gardner geeft dan (blz. 246) een tien bladzijden lang voorbeeld van de uiterst moeizame therapeutische behandeling van Gloria en Ned en hun kinderen waarin Gloria de zaak in het begin op alle manieren saboteert en de therapeut zachtmoedigheden als "stomme idioot, je verpest mijn kinderen" naar het hoofd slingert. Maar uiteindelijk weet deze met moed en volharding de kinderen toch weer tot normale omgang met de vader te brengen. Al verzucht hij wel: "Sommige lezers hebben bij dit behandelingsvoorbeeld vast gedacht dat er binnen of buiten de psychiatrie waarachtig wel een prettigere manier is om aan de kost te komen. En dat vind ik zelf ook. Het is weerzinwekkend en af en toe vernederend... Maar voor ernstige verstotingsgevallen is het de enige behandeling die ik ken. En in alle beroepen moet soms vuil werk gedaan worden...Door dit te verdragen kan het leven van jonge mensen worden beveiligd, kan verhinderd worden dat een kind blijvend vervreemdt van een ouder: zijn kostbaarste bezit." Dat alles is wel afhankelijk van de medewerking van de rechterlijke macht. "Ik ken geen beter voorbeeld van de waarde van de samenwerking van psychiatrie en recht dan de behandeling van het verstotingssyndroom". Maar in de praktijk valt dat niet altijd mee: "Een klacht die ik over veel rechters heb, is de traagheid van de uitspraken. In veel gevallen komt dat omdat een rechtbank overbelast is of omdat een advocaat de zaak vertraagt maar ik heb ook te veel zaken meegemaakt waarin de uitstelmanoeuvres van de rechters zelf kwamen. Veel rechters zijn besluiteloos en vinden steeds weer redenen om het vonnis voor zich uit te schuiven". Als het grootste struikelblok ziet Gardner echter delen van de advocatuur: "Advocaten rekken de procesvoering: sommigen voor hun gewin, anderen omdat zij weten dat de tijd voor hun cliënte werkt, vooral wanneer zij het is die de kinderen programmeert. De drang om het met alle macht voor de cliënte op te nemen is groter dan de bereidheid om in te zien dat dit schadelijk is voor haar kinderen". Het probleem zit dan ook diep: "Die advocaten die de in dit boek beschreven euveldaden begaan, moeten wel persoonlijkheidsgebreken vertonen. Het kan niet anders dan dat zij sterk tekort schieten in hun ontvankelijkheid voor anderen en zich afsluiten voor de geestelijke schade die zij cliënten - zowel hun eigen als die van andere advocaten - toebrengen...In uiterste gevallen worden zulk soort mensen psychopaten genoemd....Psychopathische typen kunnen erg overtuigend en beminnelijk overkomen: zij zijn vaak meesters in misleiding..." en "Na jarenlang beroepshalve andere partijen misleid te hebben, weten veel advocaten niet eens meer hoe diep deze gewoonte in henzelf is doorgedrongen. De waarheid verbergen en weglaten is een deel van hun persoon en hun levensstijl geworden. Velen beseffen niet dat zij bedorven zijn door het systeem waarin zij de kost verdienen".
Om beter achter de waarheid te komen stelt Gardner voor om de partijen tijdens de zittingen van het proces met elkaar en elkaars verklaringen te confronteren. Een andere aanbeveling is om in de rechtenstudie een richting familierecht op te nemen, met bijzondere aandacht voor toegepaste psychologie. Een goede ontwikkeling acht Gardner de echtscheidingsbemiddeling. Deze maakt ook in Amerika een bloei door, al zijn er nog steeds geen algemene normen voor de opleiding. Universiteiten tonen weinig belangstelling. Kan wetgeving misschien helpen het verstotingssyndroom in te perken of te voorkomen? Ook daar heeft Gardner een uitgesproken mening over: "Weinig mensen zullen eraan twijfelen dat mannen in onze samenleving meer macht hebben dan vrouwen. Ook heeft de vrouw het op weinige uitzonderingen na financieel moeilijker dan de man". "Vaak heb ik de laatste jaren het gevoel gehad dat wij de vroegere voorrang van de moeder beter niet overboord hadden kunnen zetten...De nieuwe gelijkheid heeft ouders en kinderen veel leed berokkend...vooral de gelijke rechten van vader en moeder op de zorg en het wijdverbreide enthousiasme voor het gedeelde gezag. Het vechten om het gezag is sinds het midden van de jaren 70 dramatisch toegenomen en dat is zonder enige twijfel het gevolg van die twee ontwikkelingen". "Naar mijn mening houden de rechtbanken niet genoeg rekening met de geduchte invloed van de prilste levensjaren en van de binding met de ouder die toen het meeste voor het kind zorgde...Dat was meestal de moeder...Wanneer die binding bedreigd wordt door een rechter die vader en moeder precies gelijkstelt of door een opgelegd gezamenlijk gezag, dan zullen moeder en kind dat met alle kracht bevechten. De moeder hersenspoelt het kind en daarnaast ontwikkelt het kind, om de binding te handhaven, zijn eigen scenario".
De schrijver stelt dan voor om terug te komen op de volkomen gelijkheid van man en vrouw in gezag en zorg, zonder echter terug te keren naar het oude voorrangsrecht van de moeder. Toewijzing van zorg en gezag zou moeten gebeuren op grond van drie punten:
1. Voorrang voor die ouder (moeder of vader) met wie het kind de sterkste gezonde geestelijke band heeft.
2. Die band heeft het waarschijnlijk met de ouder die er in de eerste levensjaren het meest voor gezorgd heeft.
3. Maar hoe meer tijd er ligt tussen die eerste jaren en het ogenblik van de gezagstoewijzing, des te groter is de kans dat latere invloeden de overhand nemen. Daarnaast zou het huidige stelsel van strijdige procedures moeten worden vervangen door een drie-fasen systeem van:
1. Verplichte bemiddeling. Die is in Amerika het eerst ingesteld in de staat Californie, waar ouders eerst naar een bemiddelingskamer moeten voordat zij toestemming tot een rechtsgeding krijgen. Zij geldt ook in veel andere staten van de V.S. en voor landen als Japan, Noorwegen en Zweden e.a.
2. Arbitrage binnen het kader van de rechtbank door een troika van b.v. twee psychologen/psychiaters en een advocaat.
3. Een beroepsinstantie, samengesteld als 2. "De (Amerikaanse) grondwet geeft eenieder het recht zijn geschillen aan een rechtbank voor te leggen en aan die voorwaarde wordt in dit voorstel voldaan omdat de arbitrage- en de beroepsinstantie binnen de bevoegdheid van de rechtbank vallen en de advocaten die erin zitten als rechters dienst doen. Het systeem werkt niet als een strijdige procedure, maar dat wordt door de grondwet ook niet vereist."
"De toewijzing aan die ouder die in de eerste jaren het meest voor het kind gezorgd heeft, zal tot gevolg hebben dat veel moeders automatisch zorg en gezag krijgen en dat zou de twisten om het gezag zoals wij die tegenwoordig in Amerika kennen, sterk verminderen."
Dit zijn nogal revolutionaire voorstellen, gedragen door hoogstaande beginselen. Toch is Gardner wel degelijk een realist: de kans dat zijn voorstellen ooit werkelijkheid worden, schat hij niet te hoog in. "Amerika is nu eenmaal een land, bezeten van procesvoering". Op Gardners uitgangspunten valt echter wel wat af te dingen. Hebben mannen werkelijk meer macht en geld dan vrouwen? Gardners tegenpool Warren Farrell - die aan de Universiteit van Zuid-Californie sociologie doceert en een al even indrukwekkende serie boeken op zijn naam heeft staan - denkt daar in ieder geval anders over: "Vrouwen hebben de grootste koopkracht, de grootste macht der schoonheid, de grootste seksuele macht, het grootste gemiddelde vermogen als gezinshoofd en de ruimste keuzemogelijkheden inzake huwelijk, kinderen en arbeid" (de bestseller "The Myth of Male Power", New York, l993). En het al te ver doorgeschoten gelijkheidsbeginsel en het gezamenlijke gezag? Daar is Gardner zelf onzeker over want hij spreekt zijn eigen stelling herhaaldelijk tegen: "Ondanks de algemene populariteit van het gelijkheidsbeginsel, vinden veel rechters nog steeds dat de moeder bij voorrang voor de kinderen mag zorgen. Zo krijgen ook tekortschietende moeders nog vaak de zorg, zeer tot schade van de kinderen." En: "Het is voor een rechter onvoorzichtig om het een vrouw al te moeilijk te maken. En dat heeft, behalve met andere factoren, ook sterk te maken met politiek".
Nee, het verstotingssyndroom kan niet in hoofdzaak voortkomen uit een afweerslag van moeders die zich in hun oude zorgvoorrecht bedreigd voelen. Want ook in Europa verbreekt de helft van de scheidingskinderen binnen een paar jaar het contact met de vader, ook als die hen goed behandeld had. En in Europa is de voorrang van de moeder op de dagelijkse zorg eigenlijk nooit betwist, terwijl het gezamenlijk gezag in Nederland nog maar bestaat sinds l998 (in België sinds l995) en dat dan nog alleen als ook de moeder het wil. Kenmerkend is voorts dat de afweerhouding van de kinderen tegen de vader juist toeneemt als deze al een tijd het huis uit is en hun binding met de moeder dus steeds minder bedreigd wordt. Dat lijkt er wel op te wijzen dat het PAS sterk voortkomt uit een bredere invloed van de sociale omgeving, waar "niemand zich er veel van aantrekt als de vader gemeen behandeld wordt".
Het boek draagt als ondertitel 'Gids voor werkers in de geestelijke gezondheidszorg en juristen' en daarmee is zijn betekenis samengevat. Ouderverstoting wordt hier voor het eerst behandeld als een probleem van de geestelijke volksgezondheid en in die richting, met rechtsmacht als stok achter de deur, ligt volgens de schrijver ook de oplossing. Gardner verstaat ook nog de kunst een gespecialiseerd onderwerp als dit gemakkelijk toegankelijk te maken. En ook een lange inhoudsweergave als deze geeft maar nauwelijks een beeld van de hoogstaande opvattingen en de ongewoon grote gedachtenrijkdom van het boek.
Strafbaarstelling Psychische Mishandeling (Y. Baayens v Geloven) ?
Ouderverstoting - een omstreden syndroom ? (pedagogiek.net)
zaterdag, februari 16, 2008
‘Meld ongeboren kind bij jeugdzorg’
EINDELIJK!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
Begin maar bij de duizenden zo onterecht ontnomen vaders in relaties met een ernstige stoornis bij moeders die borderlinesyndroom hebben met kenmerken onder andere,
die hebben al als kenmerk namelijk om de eigen vaders van kinderen hun partners onterecht
buiten te sluiten nota bene!!!!
Duizenden zo de dupe geworden tot nu toe?????
Laat dit eindelijk doordringen!!!!!!! www.bpdcentral.com.
In BELANG VAN DE KINDERRECHTEN op eigen vaders in duizenden zaken lopend en beslist ook met het gezag aan mensen aan wie dat niet kan/MAG volgens BW al niet!!!!!!
---------------------------------------------------------------------
Van onze verslaggeefster Aimée Kiene Br. Volkskrant.
gepubliceerd op 16 februari 2008 02:46, bijgewerkt op 16 februari 2008 08:56
Amsterdam - Ongeboren baby’s van vrouwen met ernstige problemen moeten worden aangemeld bij de jeugdzorg. Een gezinsvoogd kan zich dan over hen ontfermen. Dit zeggen kinderrechters, de Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg uit Amsterdam.
Het gaat om een kleine groep vrouwen die in zware omstandigheden leeft en voor wie vrijwillige hulpverlening niet toereikend is. Ze hebben een verslavingsprobleem, een psychiatrische stoornis of een verstandelijke handicap. Van deze vrouwen wordt aangenomen dat zij niet in staat zullen zijn voor hun kind te zorgen en dat het beter is dat een voogd van Bureau Jeugdzorg zich over moeder en ongeboren kind ontfermt.
Jaarlijks telt de Raad voor de Kinderbescherming in Amsterdam tussen de tien en vijftien van dergelijke ‘risicozwangerschappen’, waarbij voor de veiligheid van het kind wordt gevreesd.
Een ongeboren kind kan vanaf 24 weken in aanmerking komen voor een zogenoemde ‘ondertoezichtstelling’, zeggen de kinderrechters. Vanaf dat moment is een foetus levensvatbaar en heeft het dus ook juridisch bestaansrecht.
De meeste hulpverleners aarzelen om al voor de geboorte zo’n maatregel uit te spreken. Die terughoudendheid moeten zij opzij zetten, zeggen Toos Enkelaar en Anne Martien van der Does, kinderrechters van de rechtbank in Amsterdam.
Als het kind tijdig onder toezicht wordt gesteld, kan een voogd de vrouw tot aan de geboorte in de gaten houden, zegt Ank van Meggelen van de Raad voor de Kinderbescherming. Van Meggelen: ‘De gezinsvoogd kan eisen stellen aan de moeder. Zij moet gezond leven, geen drugs gebruiken, een babykamer inrichten. Als de moeder haar levensstijl niet verandert, zal de baby na de geboorte bij haar weg worden gehaald.’
Nu wordt hulpverlening pas in gang gezet op het moment dat het kind is geboren. Dat kan traumatische gebeurtenissen opleveren, als een baby vlak na de geboorte bij de moeder wordt weggehaald, zeggen alle partijen.
Als een gezinsvoogd al tijdens de zwangerschap verantwoordelijkheid neemt voor moeder en kind, kan een pleeggezin gezocht worden, of kan worden nagegaan of de baby bij een familielid kan worden ondergebracht. De moeder kan haar kind daarna bezoeken.
donderdag, februari 14, 2008
zondag, februari 10, 2008
SENATOR GUY SWENNEN start KRUISTOCHT TEGEN OUDERVERVREEMDING
Goed idee. Nederland, Minister Rouvoet waar blijft u, Tweede Kamer waar blijft u??????????? In belang van het kind??
Bron Guy Swennen
Datum 07/02/08
SENATOR GUY SWENNEN (sp.a) START KRUISTOCHT VAN TWEE JAAR TEGEN OUDERVERVREEMDING MET TWEE WETSVOORSTELLEN
Tijdens de vorige legislatuur (2003-2007) was er heel wat parlementaire aandacht voor het beter waarborgen van het omgangsrecht tussen ouders en kinderen na scheiding. Dit leidde tot de wet van 18 juli 2006, waarbij het verblijfsco-ouderschap als wettelijk uitgangspunt vooropgesteld werd, en waardoor de rechtbanken over nieuwe instrumenten beschikken.
De grote aandacht en de nieuwe maatregelen zorgden voor verbetering. Bij de Limburgse parketten bijvoorbeeld liepen in 2006 20 % minder pv’s binnen dan in 2005.
Senator Guy Swennen (sp.a) : “Maar de schendingen van het omgangsrecht blijven een te grote realiteit. Enerzijds dreigt de beleidsaandacht voor deze problematiek opnieuw te verdwijnen, en anderzijds is er absoluut behoefte aan bijkomende maatregelen en middelen.”
Daarom start de senator vandaag een “kruistocht tegen oudervervreemding”, waarbij hij twee jaar lang tweemaandelijks een initiatief zal nemen. Hij begint eraan met de indiening van twee wetsvoorstellen.
Een parlementaire en maatschappelijke kruistocht tegen oudervervreemding, twee jaar lang..
< te agenda parlementaire en maatschappelijke de op problematiek om nemen, initiatief een tweemaandelijks hij zal jaar Twee organiseren. uitwerken acties wetsvoorstellen andere nog daarnaast maar werk, parlementair concreet in omzetten puntenprogramma tien dat alleen niet sp.a-senator wil start, vandaag vanaf die kruistocht zijn oudervervreemding.Met tegen beleid preventief voor aanpak, betere lanceerde gelegenheid Bij oudervervreemding. over symposium bijgewoond druk parlement federale het volksvertegenwoordiger als 2007 februari 13 organiseerde Swennen speelt.Guy rol cruciale omgangsrecht van niet-naleving waar oudervervreemding, proces geleidelijk veelal is ouderverstoting De scheiding. na eens nogal komt verstoot: ouder reden zonder kind Een>
Twee wetsvoorstellen als opstart.
Guy Swennen diende vandaag twee wetsvoorstellen in bij de diensten van de senaat.
Wetsvoorstel tot invoering van het snel attitudeonderzoek.
In de bestaande rechtspraak wordt in heel veel gevallen niet snel genoeg, en dus onvoldoende preventief bijgestuurd of opgetreden.Veelal wordt slechts ingegrepen als beduidende schendingen van omgangsrecht reeds een feit zijn. Meestal volgt dan nog een sociaal onderzoek, waardoor tijd verloren gaat, en de oudervervreemding steeds hardnekkiger en onomkeerbaar wordt.
Nochtans bestaat er een methodiek om in hoofde van de ene ouder het respect voor de affectieve band van het kind met de andere ouder, en de openheid voor contacten van het kind
met de andere ouder te “meten”.
Dergelijke wetenschappelijk ondersteunde vragenlijsten worden in Californië gebruikt in het vroegst mogelijke stadium: bij de bepaling van de eerste verblijfsregeling, vlak na de (feitelijke) scheiding van de ouders.
Het wetsvoorstel Swennen stelt voor dat de rechter verplicht is zo een onderzoek te bevelen indien blijkt dat één van de ouders zich zonder gegronde reden op enigerlei wijze – uitdruk-kelijk of impliciet – verzet tegen het principe of de regeling van een gebruikelijk omgangsrecht. Dit attitudeonderzoek dient binnen de maand door een deskundige uitgevoerd, en ten laatste een maand later beveelt de rechter verdere gepaste maatregelen.
Wetsvoorstel tot invoering van de omgangsbuddy..
De bedoeling van het snel attitudeonderzoek is vlak na een scheiding te anticiperen, als er signalen zijn van de onwillige houding van één van de ouders. Maar in veel gevallen is dat pas achteraf duidelijk, als na enige tijd de eerste schendingen van het omgangsrecht zich manifesteren.
In de huidige rechtspraktijk worden dan klachten neergelegd, een nieuwe procedure opgestart, of wordt een (langdurend) sociaal onderzoek bevolen. Bijna altijd wordt heel veel tijd verloren.
Senator Guy Swennen wil de rechtbanken een accuraat instrument aanreiken: de omgangsbuddy. Dit is een deskundige die zonder gebonden te zijn aan veel formaliteiten, verregaande bevoegdheden heeft. Hij is tegelijkertijd informatieverstrekker,bemiddelaar, controleur, rapporteur en ‘ waarschuwer ‘ . Het is een persoonlijke assistent, die te velde aangekondigd of onaangekondigd een heel actieve rol speelt. Zo kan hij bij overdrachtsituaties aanwezig zijn om te bemiddelen of vast te stellen wat er mis loopt. Hij moet daarvoor steeds beschikbaar zijn. Hij zal aldus aan de rechter een zeer gedetailleerd beeld kunnen schetsen van welke maatregelen zich opdringen,tot en met de omkering van de verblijfsregeling in geval van acute onwilligheid van één van de ouders. De omgangsbuddy kan zowel schriftelijk, maar ook in een informeel mondeling gesprek, de rechter informeren en adviseren. De rechter beschikt over de bevoegdheid om onverwijld ambtshalve de nodige maatregelen te nemen. De omgangsbuddy wordt voor een bepaalde periode aangesteld,en brengt minstens maandelijks verslag uit bij de rechter over de naleving van de verblijfregeling of de uitoefening van het omgangsrecht.
Voor meer info : Guy Swennen 0475/929551
woensdag, januari 30, 2008
Eerste Kamer bezorgd over Jeugdzorg
http://www.eerstekamer.nl/9324000/1f/j9vvgh5ihkk7kof/vhrzhm833dp9
ONVOORSTELBAAR IN HET HELE KOMMENTAARVERHAAL REPPEN DEZE MENSEN NIET EENS OVER HET FEIT DAT HULPVERLENERS DIENEN TE MELDEN VOORDAT RECHTERS FAMILIERECHT ÜBERHAUPT BESLISSEN OVER GEZAG GEVEN AAN EEN OUDER EENZIJDIG, WAARVAN BEKEND IS DAT DEZE LIJDEN AAN STOORNISSEN ERNSTIGE.
WAT WILLEN ZE DAN DIE POLITICI?
HET GAAT ZO NIET VERANDEREN, OMDAT ER GEEN MELDPLICHT BESTOND OF BESTAAT OOK.
KENNELLIJK WILLEN ZE NIET HEBBEN DAT DE BURGERS VAN DIT LAND WETEN DAT HET IN DUIZENDEN ZAKEN NU FOUT ZIT EN FOUT IS GEGAAN INZAKE GEZAGSTOEWIJZING EENZIJDIG OOK EN JUIST DAARDOOR NU DUIZENDEN KINDEREN LIJDEN LET WEL LIJDEN AAN KINDERMISHANDELING MEEST DOOR DE MOEDERS GEPLEEGD BIJ SCHEIDING OOK.
DAT ONDERZOEK KREGEN ZE OP EEN GOUDSCHAAL AL LANG GELEDEN AANGEBODEN.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
woensdag 30 januari 2008
In een themadebat op 29 januari 2008 over de Jeugdzorg (31.200 XVII) met minister Rouvoet (CU, Jeugd en Gezin) heeft de Eerste Kamer zijn zorgen geuit. De fracties van CDA en ChristenUnie waren het meest positief en verwachtten dat de aanpak van de problemen steeds beter zal lukken. De PvdA-fractie was kritisch, maar gaf het kabinet wel het voordeel van de twijfel. De VVD-fractie had veel kritiek en twijfel of het ooit goed komt met de aanpak van jeugdproblemen.
Horror scenario
Mevrouw Duthler zei namens de VVD-fractie dat haar fractie vier jaar geleden achteraf gezien terecht tegen de nieuwe Wet op de Jeugdzorg (28.168) heeft gestemd. Wij hebben gelijk gekregen: 'de wet is te rigide en te bureaucratisch'. Volgens mevrouw Duthler werken instanties nog steeds langs elkaar heen. Zij vond dat de regering eerst maar eens schoon schip moest maken alvorens weer nieuwe plannen te lanceren. Fel verzette de VVD-senator zich tegen invoering van het Elektronisch Kind Dossier (EKD) voor elk kind. Zij zal zelf binnen enkele weken bevallen en moet er niet aan denken dat er zonder dat zij dit wil een EKD van haar kind wordt aangelegd. Dit zou alleen moeten gebeuren bij kinderen die dreigen te ontsporen, betoogde mevrouw Duthler. Wat de regering wil is een horror scenario voor de VVD. Volgens haar moet het uitgangspunt zijn de eigen verantwoordelijkheid van de ouders. Pas als die de opvoeding niet aankunnen, mag de overheid proberen bij te springen. Zij vroeg ook wat nu de toegevoegde waarde is van het landelijk dekkend netwerk van de nieuwe Centra voor Jeugd en Gezin dat de regering opzet.
Eén geldstroom en één loket
Mevrouw De Vries-Leggedoor legde namens de CDA-fractie de ministers een vurige wens voor van het CDA: er moet voor de jeugdzorg één geldstroom komen en één loket. Ook de CDA-senator vond de huidige organisatie rond de jeugdzorg nog te rigide en te bureaucratisch, maar zij wees op mogelijkheden voor verbetering. Bij twaalf bureaus voor jeugdzorg is de wachttijd met 30 tot 80% verminderd, doordat de bureaus de vrijheid hebben gekregen om het werk zelf in te delen. Het initiatief van de regering om tot Centra voor Jeugd en Gezin te komen juichte de CDA-woordvoerder toe. Zij hoopt dat daarmee het accent meer komt te liggen op het voorkomen van problemen dan op het oplossen van probleemsituaties. In deze centra zouden programma's vrij verkrijgbaar moeten zijn voor ouders die streven naar een competent ouderschap. In een interruptiedebat met haar VVD-collega Duthler ontkende mevrouw De Vries dat de Centra voor Jeugd en Gezin een nieuwe bureaucratische laag vormen naast de Bureaus voor Jeugdzorg bij de provincies. We willen een integrale ketenaanpak volgens het motto één kind, één plan. In het verlengde hiervan pleitte zij voor de introductie van mentoren in de jeugdzorg die jongeren kunnen begeleiden. Een figuur tussen de bestaande voogd en de gezinscoach in, verduidelijkte de CDA-senator. Minister Rouvoet zei in zijn beantwoording dat het gemeenten vrij staat om zulke mentoren in te schakelen.
Niet veel veranderd
Mevrouw Slagter-Roukema (SP) zei dat haar fractie erg tevreden is met de aanstelling van een aparte minister voor Jeugd en Gezin. Het stond al lang op ons politieke verlanglijstje. Tegelijk constateerde mevrouw Slagter dat er sinds de inwerkingtreding van de Wet op de Jeugdzorg nog heel veel niet is veranderd.
De integratie en samenhang zijn nog ver te zoeken, zei mevrouw Slagter. Zij juichte wel de vorming van de Centra voor Jeugd en Gezin toe. We zijn altijd voor hulp dicht bij de burger geweest, zo kort, zo licht, zo nabij en zo tijdig mogelijk. Zij hoopte wel dat de regering weet te voorkomen dat de fouten van de afgelopen jaren weer gemaakt worden. De eenmansfractie Yildirim (afgescheiden van de SP-fractie) verzette zich tegen marktwerking in de (jeugd-)zorg.
Knelpunten
Mevrouw Linthorst (PvdA) prees minister Rouvoet voor het hoge ambitieniveau dat hij ten toon spreidt, maar de onderliggende knelpunten dreigen roet in het eten te gooien. Volgens mevrouw Linthorst vormen de wachtlijst in combinatie met het 'recht op zorg' zo'n knelpunt. In 2007 bedroeg de wachttijd voor een behandelplaats voor gedragsgestoorde jongeren 1,5 tot 2 jaar. Op een behandelplaats voor een licht verstandelijk gehandicapte moest zelfs meer dan twee jaar worden gewacht. Voor een gesloten crisisplaats stonden in het voorjaar van 2007 57 kinderen op de wachtlijst. En dan hebben we het over kinderen die ernstig bedreigd worden of een gevaar voor zichzelf of de omgeving vormen, zei mevrouw Linthorst. Gebrek aan samenwerking is volgens de PvdA-senator ook een knelpunt evenals de bureaucratie. Zo hebben gezinsvoogden maar 17% van de beschikbare werktijd voor telefonisch of feitelijk contact met hun cliënten. Voorts pleitte zij voor doorzettingsmacht bijvoorkeur voor de verantwoordelijke wethouder in een gemeente als hulpverleningsorganisaties er niet uitkomen.
Mevrouw Linthorst vreesde dat het 'recht op zorg' een wassen neus is nu een rechter heeft uitgesproken dat waar geen opvangplaats beschikbaar is dit recht vervalt. Zij hield de minister de dringende vraag voor: geldt de verplichting om zorg te leveren ook als de zorg niet beschikbaar is? Volgens haar is het grote knelpunt de afstemming tussen lokale wensen en provinciale mogelijkheden.
Fundamentele wijziging
Senator Thissen van GroenLinks hield een persoonlijk getint verhaal aan de hand ervaringen van zijn eigen zeventienjarige zoon. Ook illustreerde hij hoe hij in zijn vroegere functie van wethouder vaak machteloos stond, als hulp noodzakelijk was en geen enkele instantie die verleende. Zijn conclusie: het recht op jeugdzorg is loos als het niet is te verzilveren. Er is volgens Thissen te weinig crisisopvangcapaciteit. Het stelsel is te verknipt en veel te bureaucratisch. Eigenlijk een stelsel waar niemand in gelooft. Thissen vroeg waar de drang is om bijvoorbeeld de kindermishandeling te stoppen. Naar zijn mening gaat het al meteen mis in Den Haag zelf waar vier ministeries zijn betrokken bij de jeugdzorg. GroenLinks vindt een fundamentele wijziging van het hele stelsel nodig.
Wettelijke beroepskwalificaties
Woordvoerder Kuiper van de ChristenUnie (mede namens de SGP) zag de toekomst veel zonniger in. Hij vond een stelselherziening helemaal niet nodig. De regering is volgens hem op de goede weg. Het gaat daarbij meer om sturing en zeggenschap dan om het stelsel zelf. Wie is de baas? Kuiper vond ook dat het pleegouderschap gestimuleerd moet worden. Jongeren kunnen vanuit een pleeggezin gewoon blijven meedoen aan de samenleving en opgroeien in een omgeving waarin normale opvoedingsrelaties bestaan. Kuiper hield een pleidooi voor invoering van wettelijke beroepskwalificaties voor maatschappelijk werkers. Dat zou de kwaliteit van de jeugdzorg ten goede kunnen komen.
maandag, januari 21, 2008
Rouvoet: Naleving kinderrechten moet duidelijke plek krijgen........
Rouvoet: Naleving kinderrechten moet duidelijke plek krijgen
http://www.jeugdengezin.nl/nieuwsberichten/2008/naleving-kinderrechten-plek.asp
Nieuwsbericht, 21 januari 2008

De naleving van de rechten van kinderen in Nederland moet beter. Rouvoet onderschrijft deze conclusie van het Jaarbericht Kinderrechten van Unicef en Defence for Children.
Dat zei Rouvoet vandaag toen hij het eerste Jaarbericht Kinderrechten in ontvangst nam. Unicef en Defence for Children International Nederland geven in dit rapport een beeld van de situatie van kinderen in Nederland. Volgens deze organisaties scoort Nederland een onvoldoende op het naleven van de kinderrechten in eigen land. Zij pleiten daarom voor een kinderombudsman. Minister Rouvoet onderschrijft het belang dat kinderrechten blijvend een duidelijke plek moeten krijgen. Maar hij is geen voorstander van het oprichten van opnieuw een apart instituut. ‘Ik ben in gesprek met de Nationale Ombudsman om te kijken hoe de kinderrechten daar een eigen plek kunnen krijgen.’
Rouvoet nam het rapport ‘met gemengde gevoelens aan. Enerzijds betekent het dat ik weer meer informatie tot mijn beschikking krijg over de positie van kinderen in Nederland. Anderzijds is het nooit leuk als er stevige noten worden gekraakt over onderdelen van het jeugdbeleid.’, aldus Rouvoet.
Rouvoet gaf aan dat er de afgelopen jaren al veel is gebeurd op het vlak van kinderrechten. Zoals de invoering van Centra voor Jeugd en Gezin, het Actieplan Aanpak Kindermishandeling waarmee veel eerder signalen van kindermishandeling worden opgepikt en hulpverlening op gang kan komen, maatregelen om voortijdig schooluitval te voorkomen, en extra geld om wachtlijsten in de jeugdzorg tegen te gaan. ‘Maar we zijn er nog niet. Het is mijn persoonlijke missie om de positie van het kind en de jongere verder te versterken.’ Dat kost tijd. ‘Was het maar waar dat je van de ene op de andere dag de resultaten hiervan zichtbaar kan maken. ’
-------------Het lijkt me dat als je als Minister bekend bent met het feit dat in familierecht nota bene ook zonder onderzoek eenzijdig gezag werd en wordt gegeven bij scheiding aan mensen met een ernstige geestesstoornis nota bene, en niet bij één nee bij heel velen blijkbaar, (wat niet mag en kan volgens BW),
en je dan niet begint al met de preventieve maatregel aan de ggz en andere hulpverleners, je wel echt geen weet hebt kennellijk over de -familierechtspraak- Nederland en hoe dat in zijn werk ging in gevallen en nog in zijn werk gaat.
Vele duizenden kinderen onterecht zonder eigen vaders gezet met ziekte als gevolg, c.q. nog erger in gevallen ook zie de zaken Savanna en vele anderen inmiddels.
Geachte Minister, ga nu eindelijk a.u.b. dat familierecht aanspreken en zo ook de manier waarop hier gehandeld wordt met (te verwachten) kinderen doordat letterlijk in zaken de hulpverlening dan maar verzwijgt wat aan de orde is
als zij dat dienen te melden, bij geboorte van kinderen al nota bene!
Die kinderrechten werden en worden op een heel heel vieze wijze geschonden als dat familierecht niet zal veranderen en zal worden toegepast in -het belang van het kind-
Hoe halen ze het in hun botte harsens na waarschuwingen in gedegen studie ook om nog steeds zo te handelen waardoor kinderen letterlijk bij duizenden gaan lijden aan stoornissen, door pure manipulatie door meest de eigen moeders te lande.
Met andere woorden die beslissingen (ook rapportages zie onderzoek Doek waarbij blijkt dat vele vaders onterecht als
zijnde een hoop stront worden behandeld en op grond ook van valse beweringen en valse aantijgingen in zaken),
leiden letterlijk tot KINDERMISHANDELING wat oudervervreemding oplevert.
Schande Minister voor dit land en voor deze misstanden, die men wel degelijk kan voorkomen.
Vertelt u het maar Minister want de verschuiling achter de -onafhankelijke- rechter druipt ervan af, letterlijk,
iedere keer weer.